Cavanaugh, De mythe van religieus geweld (2009)

  • Geschreven door  Lucien van Liere
  • Gepubliceerd in Boeken

Wie recente media volgt, ontwaart een behoorlijke scepsis ten aanzien van religie.
Religie is olie op het vuur van etnische conflicten, behartigt identiteit-politiek, is noncommunicatief en tegengesteld aan de normen en waarden van een op mensenrechten en vrijheden gefundeerde seculiere staat. In de Nederlandse context moet vooral de Islam het ontgelden.

De Islam is een barbaarse, ongeciviliseerde, intolerante, op geweld gerichte religie. Dit beeld is ouder dan het lijkt, zo betoogt William Cavanaugh in zijn recente boek The Myth of Religious Violence. Secular Ideology and the Roots of Modern Conflict. Cavanaugh onderzoekt niet zozeer de stelling dat religie intrinsiek gewelddadig is, maar veeleer de vraag hoe het toch komt dat in de seculiere beeldvorming het vooral religie is die gewelddadig is.

 

Geweld en staat

Om deze vraag te beantwoorden graaft Cavanaugh diep in de wordingsgeschiedenis van de moderne seculiere staat. Deze staat heeft voor een deel haar bestaansrecht ontleend aan de Europese godsdienstoorlogen in de 16e eeuw. Deze oorlogen waren niet zozeer conflicten tussen godsdiensten waardoor de Europese natiestaat als een reddende engel zich als alternatief formeerde. De oorlogen waren, zo betoogt Cavanaugh, vooral onderdeel van de machtspositie die de staat zich wilde verwerven in een context die nog vooral door religie werd bepaald. De moderne staat wilde de burger zijn loyaliteit en trouw voor de kerk afnemen en deze transformeren tot een loyaliteit en trouw voor de staat. Hierdoor kon de ontwakende staat haar soevereiniteit maar ook haar geweldsmonopolie bestendigen.
Deze strategie heeft grote invloed gehad op het moderne wetenschappelijke perspectief op religie. Sinds de moderniteit, en dan vooral sedert de 18e eeuw, komen er allerhande wetenschappelijke definities in zwang die pogen religie vanuit de moderne rationaliteit te verklaren waardoor blijkt dat religie juist irrationeel is. Het definiëren van religie is zo tevens onderdeel geworden van de politieke geschiedenis van Westerse macht.

 

Religieus geweld tegenover staatsgeweld?

Het moderne onderscheid tussen staat en religie is een onderscheid waar dus vooral de staat van profiteert. Van hieruit geredeneerd, zo betoogt de auteur, is de ‘observatie’ dat religie intrinsiek gewelddadig is, geen neutrale observatie, maar heeft deze een ideologische functie in het legitimeren van bepaalde praktijken en het delegitimeren van andere praktijken. Wanneer bijvoorbeeld het Christendom wordt gedefinieerd als een religie en nationalisme niet, dan impliceert dit dat geweld op basis van christelijk geloof illegitiem is, maar nationalistisch geweld niet. Wie geweld wil legitimeren, dient dit te doen in termen van nationaal belang (bijvoorbeeld democratie of vrijheid) en niet (meer) in termen van religieus belang.
Volgens Cavanaugh was de moderne staat erbij gebaat om onderscheid te maken tussen legitiem en illegitiem geweld. Hiertoe waren er definities nodig waardoor het ene geweld het andere niet is. Religieus geweld komt zo tegenover staatsgeweld te staan als illegitiem geweld tegenover legitiem geweld. De impact van dit onderscheid reikt tot aan de huidige tijd. Aan religie gerelateerd geweld is irrationeel, barbaars, weerzinwekkend geweld, terwijl geweld dat door de staat wordt gepleegd doorgaans als legitiem en noodzakelijk, soms zelfs heldhaftig wordt voorgesteld. In een dergelijke context is ook de loyaliteit aan een religie (bijvoorbeeld de Islam) verdacht en afkeurenswaardig terwijl de loyaliteit aan de staat of aan een nationale identiteit als een deugd (goed burgerschap) wordt beschouwd.

 

Onterecht onderscheid

De mythe van religieus geweld bestaat hieruit dat geweld gepleegd in de naam van een religie principieel anders is dan geweld gepleegd in de naam van de staat. Dit is niet zo, volgens de auteur. Door te spreken over religieus geweld lijkt het alsof er seculier en religieus, legitiem en illegitiem geweld bestaat. Dit is een onderscheid dat Cavanaugh terecht niet maken wil. Hij pleit daarom voor een onderzoek naar de mogelijkheidsvoorwaarden voor geweld en de rol van religies daarin.
Maar hij wil evenzeer de rol van politiek-democratische vertogen of seculiere ideologieën helder krijgen. Geweld is geweld, zo stelt Canavaugh terecht. Staatsgeweld is niet meer of minder geweld dan religieus gelegitimeerd geweld. Hij sluit met zijn observaties dan ook goed aan bij andere, empirische onderzoeken naar religie en geweld zoals dat van bijvoorbeeld Jonathan Fox. Fox betoogt dat religie weliswaar van invloed is op de ontwikkeling van een gewelddadig conflict, maar het conflict zelf doorgaans niet initieert.
Interessant is het laatste hoofdstuk waarin Cavanaugh op heldere wijze laat zien hoe de mythe dat religie intrinsiek gewelddadig is, het huidige debat over de Islam in de westerse context beïnvloedt. Voor westerlingen betekent het geloof in deze mythe dat het geweld zich concentreert in de niet-Westerse religieuze ander die met diens barbaarse levensstijl een grote bedreiging vormt voor de geciviliseerde wereld. Deze mythe vindt Cavanaugh terug bij populaire schrijvers zoals Andrew Sullivan, Sam Harris, Christopher Hitchens en Paul Berman. De enorme populariteit van dergelijke auteurs is terug te vinden in politieke vertogen over het goed recht van het gebruik van geweld.

 

Geweld is geweld

Op deze manier brengt Cavanuagh verschillende tijden en verschillende disciplines bijeen om deze mythe te fileren en een pleidooi te houden voor het feit dat geweld een voor-ideologisch en voor-religieus fenomeen is dat weliswaar door ideologie of religie kan worden ingekaderd maar hier niet door kan worden gelegitimeerd. Geweld is geweld.
Jammer is wel dat Cavanaugh zich, wanneer hij uiteindelijk met voorbeelden aankomt, beperkt tot de Verenigde Staten. Ook de argumenten namelijk die in Nederland klinken om de Islam uit de Nederlandse context te houden, weerspiegelen de door Cavanaugh ontlede mythe van religieus geweld.

 

Recensie van: William T. Cavanaugh, The Myth of Religious Violence, Secular Ideology and the Roots of Modern Conflict, Oxford: Oxford University Press 2009, 285 pagina’s
Deze recensie verscheen eerder in Radix (V. 41, nr. 1).

Uitgebreid zoeken

Categorie
Tag
Auteur
Tekst