Home » Nieuws » Hoogleraren minder schroom

Hoogleraren minder schroom

By |Categorieën: Levensbeschouwing hoogleraren, Nieuws|Gepubliceerd Op: 10 augustus 2011|1.2 min read|

Filosoof en jurist Paul Cliteur is verrast over de resultaten in het onderzoeksrapport “Levensbeschouwing & Wetenschap” en vraagt zich af of hoogleraren niet minder schroom hebben zichzelf “atheïst” te benoemen.

Een verrassend resultaat van het onderzoeksrapport “Levensbeschouwing & Wetenschap: een inventarisatie onder Nederlandse hoogleraren” noemt Paul Cliteur het, dat 44% zich als “atheïst” beschouwt, terwijl onder de doorsnee bevolking zich slechts 14% als atheïst benoemt. “Dit gegeven interpreteren is echter niet zo eenvoudig. Moeten we het zo zien dat naarmate mensen geleerder worden zij toch gaan inzien dat God niet bestaat? Of hebben hoogleraren alleen maar minder schroom zich als “atheïst” te benoemen?”

Een ander interessant gegeven is dat terwijl van de doorsnee bevolking 36% zichzelf als “ietsist” beschouwt, onder hoogleraren maar 5% zichzelf zo wil benoemen. “Kan het zijn dat hoogleraren zich realiseren dat de stelling van de ietsist (“er moet iets zijn als een hogere macht die het leven beheerst”) eenvoudigweg te vaag en onbestemd is om als een serieus levensbeschouwelijke positie te gelden?”

Zeer opvallend is ook dat maar 8% van de hoogleraren vindt dat theïsme en wetenschap in volledige harmonie met elkaar zijn. Dat betekent dat de aanzienlijke hoeveelheid wetenschappers die men in de media hoort verklaren dat wetenschap en religie tot “verschillende magisteria” behoren (en elkaar dus niet bijten) een minderheidsstandpunt vertolken.

Prof. dr. P.B. Cliteur is filosoof en jurist en schrijver van The Secular Outlook (Wiley Blackwell 2010).

Home » Nieuws » Hoogleraren minder schroom

Hoogleraren minder schroom

By Gepubliceerd Op: 10 augustus 20111.2 min read

Filosoof en jurist Paul Cliteur is verrast over de resultaten in het onderzoeksrapport “Levensbeschouwing & Wetenschap” en vraagt zich af of hoogleraren niet minder schroom hebben zichzelf “atheïst” te benoemen.

Een verrassend resultaat van het onderzoeksrapport “Levensbeschouwing & Wetenschap: een inventarisatie onder Nederlandse hoogleraren” noemt Paul Cliteur het, dat 44% zich als “atheïst” beschouwt, terwijl onder de doorsnee bevolking zich slechts 14% als atheïst benoemt. “Dit gegeven interpreteren is echter niet zo eenvoudig. Moeten we het zo zien dat naarmate mensen geleerder worden zij toch gaan inzien dat God niet bestaat? Of hebben hoogleraren alleen maar minder schroom zich als “atheïst” te benoemen?”

Een ander interessant gegeven is dat terwijl van de doorsnee bevolking 36% zichzelf als “ietsist” beschouwt, onder hoogleraren maar 5% zichzelf zo wil benoemen. “Kan het zijn dat hoogleraren zich realiseren dat de stelling van de ietsist (“er moet iets zijn als een hogere macht die het leven beheerst”) eenvoudigweg te vaag en onbestemd is om als een serieus levensbeschouwelijke positie te gelden?”

Zeer opvallend is ook dat maar 8% van de hoogleraren vindt dat theïsme en wetenschap in volledige harmonie met elkaar zijn. Dat betekent dat de aanzienlijke hoeveelheid wetenschappers die men in de media hoort verklaren dat wetenschap en religie tot “verschillende magisteria” behoren (en elkaar dus niet bijten) een minderheidsstandpunt vertolken.

Prof. dr. P.B. Cliteur is filosoof en jurist en schrijver van The Secular Outlook (Wiley Blackwell 2010).