Home » Nieuws » Hoogleraar theologie en wetenschap zoekt naar consonantie

Hoogleraar theologie en wetenschap zoekt naar consonantie

By |Categorieën: Nieuws|Gepubliceerd Op: 14 december 2015|3.8 min read|

In de oratie waarmee hij de leerstoel theologie en wetenschap aan de VU accepteerde brak prof. dr. Gijsbert van den Brink een lans voor consonantie tussen geloof en wetenschap.

 

In een goed gevulde aula van de VU sprak Van den Brink op vrijdag 11 december zijn oratie getiteld ‘Tussen conflict en consonantie. Fundamentaaltheologische kanttekeningen bij de verhouding tussen geloof en wetenschap’ uit. Hiermee aanvaardde hij de University Research Chair in theologie en wetenschap, een leerstoel die, zo memoreerde de decaan van de faculteit Godgeleerdheid, op enkele van de meest prominente onderzoeksuniversiteiten aanwezig is. De VU schaart zich dan ook in een illuster rijtje.

Van den Brink gaf in zijn openbare college een overzicht van drie verschillende modellen die gehanteerd worden om de relatie tussen geloof en wetenschap te beschrijven. Het conflictmodel is buiten de academische wereld, en vooral in de pers, zeer populair. Wetenschap neemt in dit model langzaam maar zeker de plek van religie. Maar het conflictmodel wordt in het academisch debat nauwelijks serieus genomen.

Roemruchte conflicten als dat van Galileo Galileï met de kerk van Rome en het gevecht over de evolutietheorie van Charles Darwin zijn veel complexer dan simpel ‘geloof versus wetenschap’. Het is dan ook beter te spreken van een conflict-mythe, aldus Van den Brink. Dit betekent overigens niet dat geloof en wetenschap in harmonie zijn, want botsingen zijn er wel degelijk.

 

Trojaans paard

Een tweede model beschouwt geloof en wetenschap als onafhankelijke kennisvelden zonder wezenlijke overlapping. Bioloog Stephen J. Gould was een belangrijk voorvechter van dit model, dat hij NOMA (non-overlapping magisteria) noemde. Maar, aldus Van den Brink, goed beschouwd laat dit NOMA model weinig ruimte voor geloof. Het is dan immers niet mogelijk om feitelijkheden uit de geloofstraditie te accepteren. Het is in dit model niet mogelijk om te geloven dat de wonderen van Jezus echt zijn gebeurd, of te geloven in een persoonlijke God die handelend kan optreden. ‘Ik denk daarom dat dit model een Trojaans paard kan zijn’, aldus Van den Brink.

Het derde model dat hij behandelde was het consonantiemodel. ‘Harmonie is daarbij geen gegeven, maar een doel waar naar wordt gestreefd.’ Een basis voor dit model is de observatie dat wetenschap ‘consoneert’ met tal van religies. ‘De wetenschap weet mensen uit verschillende religies aan zich te binden, zij accepteren de wetenschap.’ Daarbij haalde Van den Brink ook Abraham Kuijper aan, die stelde dat er op een breed terrein geen verschil van inzicht is tussen de geloof en wetenschap.

 

Bijbelinterpretaties

Wetenschap levert geen Godsbewijs, maar is ook niet in strijd met het bestaan van God, aldus Van den Brink. ‘De wetenschap kan wel vragen oproepen, bijvoorbeeld door de wreedheid van evolutie, die volgens sommigen betekent dat er een wrede god is, of louter toeval en dus helemaal geen god.’ Die vragen moeten worden onderzocht: ‘En daarbij zijn de traditionele leer en Bijbelinterpretaties niet boven kritiek verheven.’ Van den Brink wijst erop dat de statische aarde in het centrum van het universum uiteindelijk ook is opgegeven door de kerk. Hoewel Voetius hier nog aan vast hield, hebben zijn opvolgers geaccepteerd dat de aarde om de zon draait.

Het is overigens niet nodig om bij iedere nieuwe wetenschappelijke theorie het geloof te herzien. ‘Dat is pas nodig wanneer een theorie echt geconsolideerd is.’ Dit geldt bijvoorbeeld voor de evolutietheorie, een van de eerste thema’s die Van den Brink dan ook zal aanpakken. En niet iedere wetenschappelijke theorie botst met religie. De oerknal ‘consoneert’ overigens juist wel met het Christelijke scheppingsgeloof. Binnen het consonantiemodel zijn er ‘harmonieën’ en ‘dissonanten’. Waar dissonanten optreden is een oplossing nodig. Dat is niet erg, want juist op punten van dissonantie – waar twee kennisaanspraken botsen – ontstaan constructieve en creatieve ideeën.

‘De taak van christelijke theologie lijkt me dus niet om de aftocht te blazen, maar veel meer positief te laten zien welke meerwaarde, welk surplus een christelijke duiding verleent aan het beeld van de werkelijkheid en haar geschiedenis zoals dat uit de hedendaagse (natuur)wetenschap oprijst’, aldus Van den Brink. Christelijk geloof cirkelt om de ‘boodschap van hoop’, een hoop die je niet kunt krijgen uit de ‘naakte feiten van de blinde evolutionaire natuurkrachten’. Van den Brink besluit dat alles er anders uit komt te zien ‘wanneer de evolutionaire geschiedenis van deze planeet niet het een en al is, maar deze dankzij Gods geheimnisvolle handelen uitloopt op een wereld waarop gerechtigheid woont.’

Home » Nieuws » Hoogleraar theologie en wetenschap zoekt naar consonantie

Hoogleraar theologie en wetenschap zoekt naar consonantie

By Gepubliceerd Op: 14 december 20153.8 min read

In de oratie waarmee hij de leerstoel theologie en wetenschap aan de VU accepteerde brak prof. dr. Gijsbert van den Brink een lans voor consonantie tussen geloof en wetenschap.

 

In een goed gevulde aula van de VU sprak Van den Brink op vrijdag 11 december zijn oratie getiteld ‘Tussen conflict en consonantie. Fundamentaaltheologische kanttekeningen bij de verhouding tussen geloof en wetenschap’ uit. Hiermee aanvaardde hij de University Research Chair in theologie en wetenschap, een leerstoel die, zo memoreerde de decaan van de faculteit Godgeleerdheid, op enkele van de meest prominente onderzoeksuniversiteiten aanwezig is. De VU schaart zich dan ook in een illuster rijtje.

Van den Brink gaf in zijn openbare college een overzicht van drie verschillende modellen die gehanteerd worden om de relatie tussen geloof en wetenschap te beschrijven. Het conflictmodel is buiten de academische wereld, en vooral in de pers, zeer populair. Wetenschap neemt in dit model langzaam maar zeker de plek van religie. Maar het conflictmodel wordt in het academisch debat nauwelijks serieus genomen.

Roemruchte conflicten als dat van Galileo Galileï met de kerk van Rome en het gevecht over de evolutietheorie van Charles Darwin zijn veel complexer dan simpel ‘geloof versus wetenschap’. Het is dan ook beter te spreken van een conflict-mythe, aldus Van den Brink. Dit betekent overigens niet dat geloof en wetenschap in harmonie zijn, want botsingen zijn er wel degelijk.

 

Trojaans paard

Een tweede model beschouwt geloof en wetenschap als onafhankelijke kennisvelden zonder wezenlijke overlapping. Bioloog Stephen J. Gould was een belangrijk voorvechter van dit model, dat hij NOMA (non-overlapping magisteria) noemde. Maar, aldus Van den Brink, goed beschouwd laat dit NOMA model weinig ruimte voor geloof. Het is dan immers niet mogelijk om feitelijkheden uit de geloofstraditie te accepteren. Het is in dit model niet mogelijk om te geloven dat de wonderen van Jezus echt zijn gebeurd, of te geloven in een persoonlijke God die handelend kan optreden. ‘Ik denk daarom dat dit model een Trojaans paard kan zijn’, aldus Van den Brink.

Het derde model dat hij behandelde was het consonantiemodel. ‘Harmonie is daarbij geen gegeven, maar een doel waar naar wordt gestreefd.’ Een basis voor dit model is de observatie dat wetenschap ‘consoneert’ met tal van religies. ‘De wetenschap weet mensen uit verschillende religies aan zich te binden, zij accepteren de wetenschap.’ Daarbij haalde Van den Brink ook Abraham Kuijper aan, die stelde dat er op een breed terrein geen verschil van inzicht is tussen de geloof en wetenschap.

 

Bijbelinterpretaties

Wetenschap levert geen Godsbewijs, maar is ook niet in strijd met het bestaan van God, aldus Van den Brink. ‘De wetenschap kan wel vragen oproepen, bijvoorbeeld door de wreedheid van evolutie, die volgens sommigen betekent dat er een wrede god is, of louter toeval en dus helemaal geen god.’ Die vragen moeten worden onderzocht: ‘En daarbij zijn de traditionele leer en Bijbelinterpretaties niet boven kritiek verheven.’ Van den Brink wijst erop dat de statische aarde in het centrum van het universum uiteindelijk ook is opgegeven door de kerk. Hoewel Voetius hier nog aan vast hield, hebben zijn opvolgers geaccepteerd dat de aarde om de zon draait.

Het is overigens niet nodig om bij iedere nieuwe wetenschappelijke theorie het geloof te herzien. ‘Dat is pas nodig wanneer een theorie echt geconsolideerd is.’ Dit geldt bijvoorbeeld voor de evolutietheorie, een van de eerste thema’s die Van den Brink dan ook zal aanpakken. En niet iedere wetenschappelijke theorie botst met religie. De oerknal ‘consoneert’ overigens juist wel met het Christelijke scheppingsgeloof. Binnen het consonantiemodel zijn er ‘harmonieën’ en ‘dissonanten’. Waar dissonanten optreden is een oplossing nodig. Dat is niet erg, want juist op punten van dissonantie – waar twee kennisaanspraken botsen – ontstaan constructieve en creatieve ideeën.

‘De taak van christelijke theologie lijkt me dus niet om de aftocht te blazen, maar veel meer positief te laten zien welke meerwaarde, welk surplus een christelijke duiding verleent aan het beeld van de werkelijkheid en haar geschiedenis zoals dat uit de hedendaagse (natuur)wetenschap oprijst’, aldus Van den Brink. Christelijk geloof cirkelt om de ‘boodschap van hoop’, een hoop die je niet kunt krijgen uit de ‘naakte feiten van de blinde evolutionaire natuurkrachten’. Van den Brink besluit dat alles er anders uit komt te zien ‘wanneer de evolutionaire geschiedenis van deze planeet niet het een en al is, maar deze dankzij Gods geheimnisvolle handelen uitloopt op een wereld waarop gerechtigheid woont.’