Home » Uncategorized » Het goddelijke van het menselijke kennen

Het goddelijke van het menselijke kennen

By | Categorieën: Geschiedenis, Opinie | Gepubliceerd Op: 25 april 2012 | 3.1 min read |

Wat maakt iemand tot wetenschapper? Wat is geloof?  En hoe kan iemands geloof zijn wetenschap beïnvloeden? Socioloog Ringo Ossewaarde gaat in dit artikel in op deze vragen aan de hand van zijn eigen onderzoek naar het begrip vrijheid. ‘Mijn vrijheidsbegrip kan niet losgekoppeld worden van mijn christelijke geloof in een God die de mens wil bevrijden.’

Wat mij betreft is een wetenschapper in de eerste plaats een meer of minder gecultiveerd persoon. Dat stelt hem of haar in staat om academische relaties op te bouwen en kennis van de wereld te verwerven. Net als de meeste wetenschappers die ik ken, relateer ik mezelf aan andere mensen, levenden en doden, met wie ik banden heb. In deze relaties word ik ook wie ik ben als wetenschapper. En deze zijnswijze komt ook tot uitdrukking in mijn wetenschapsbeoefening, in mijn pogingen om de wereld op intellectuele wijze te doorgronden. Mijn geloof zou ik willen omschrijven als de persoonlijke relatie met, en vertrouwen en hoop in, de scheppende God.

Relatie tussen geloof en wetenschap

Geloof en wetenschap zijn gerelateerd. Socrates, bijvoorbeeld, zag het intellect (nous) als goddelijk, nauwelijks te onderscheiden van de ziel. In ieder geval was volgens hem de oorsprong van het intellect – en daarmee de oorsprong van wetenschap – goddelijk. Augustinus stelde dat het zoeken naar waarheid – dat wil zeggen, waarheid van de hogere soort – een intellectuele zoektocht is die wordt aangevuurd door de relatie met Christus. Slechts door een intens verlangen naar waarheid, kan naar een dergelijke waarheid gezocht worden.

Op een soortgelijke wijze meende Thomas van Aquino dat geloof en wetenschap innig met elkaar verbonden zijn: als de bevindingen van het intellect waar zijn, dan kunnen ze niet tegenstrijdig zijn met de aard van God. Dergelijke oude gedachten hebben mij altijd geïnspireerd in mijn wetenschappelijk werk. Zij houden mij sceptisch en bescheiden jegens waarheidsclaims van mijzelf of van andere wetenschappers, volgens de socioloog Robert Merton twee kerneigenschappen van een wetenschappelijke houding.

Vrijheidsbegrip in de sociologie

In mijn wetenschappelijke werk als socioloog tracht ik enig licht te werpen op maatschappelijke ontwikkelingen. Ik probeer te begrijpen hoe deze ontwikkelingen oude werelden vernietigen en nieuwe werelden scheppen. Ik stel daarbij de vraag welke vrijheden worden tenietgedaan en welke nieuwe mogelijkheden om vrij te zijn ontstaan. Mijn vrijheidsbegrip kan niet losgekoppeld worden van mijn christelijke geloof in een God die de mens wil bevrijden. Net als Augustinus, Thomas van Aquino, Blaise Pascal, Søren Kierkegaard en Alexis de Tocqueville denk ik niet dat het mogelijk is om vrij te zijn zonder geloof. Ik bedoel met ‘vrij zijn’: existentieel vrij, met intens verlangen naar vrijheid om waarheid tot uitdrukking te brengen (leven in waarheid). Dat wil zeggen: ik zie de bron van existentiële vrijheid in de intieme relatie met en openheid naar God. En ik zie deze vrijheid ook in de mogelijkheid om de empirische of historische werkelijkheid die ik in mijn werk onderzoek, te kunnen overstijgen.

Samenleven in vrijheid

Daarom kan ik zeggen dat despotisme – het tegenovergestelde van vrijheid – onwaar is, ofwel, niet door God gewild. Op soortgelijke wijze denk ik dat vrijheid niet mogelijk is zonder intellect of zonder wetenschap, omdat slechts dit intellect – de ultieme gift van God – de essentie van vrijheid of onvrijheid  kan doorgronden. Ofwel, vrijheid impliceert, wat mij betreft, het leven van een bestaan dat in het teken staat van het intellectuele zoeken naar waarheid. Maar wie niet intens naar vrijheid en waarheid verlangt, wie niet is aangevuurd, die zal het despotisme prefereren boven de vrijheid. Dit is wat mij betreft de betekenis van de zonde, wat samenleven in vrijheid zo bijzonder lastig maakt.

Ringo Ossewaarde is als universitair hoofddocent sociologie verbonden aan de Universiteit Twente

 

Over de Auteurs: Ringo Ossewaarde

Home » Uncategorized » Het goddelijke van het menselijke kennen

Het goddelijke van het menselijke kennen

By | Categorieën: Geschiedenis, Opinie | Gepubliceerd Op: 25 april 2012 | 3.1 min read |

Wat maakt iemand tot wetenschapper? Wat is geloof?  En hoe kan iemands geloof zijn wetenschap beïnvloeden? Socioloog Ringo Ossewaarde gaat in dit artikel in op deze vragen aan de hand van zijn eigen onderzoek naar het begrip vrijheid. ‘Mijn vrijheidsbegrip kan niet losgekoppeld worden van mijn christelijke geloof in een God die de mens wil bevrijden.’

Wat mij betreft is een wetenschapper in de eerste plaats een meer of minder gecultiveerd persoon. Dat stelt hem of haar in staat om academische relaties op te bouwen en kennis van de wereld te verwerven. Net als de meeste wetenschappers die ik ken, relateer ik mezelf aan andere mensen, levenden en doden, met wie ik banden heb. In deze relaties word ik ook wie ik ben als wetenschapper. En deze zijnswijze komt ook tot uitdrukking in mijn wetenschapsbeoefening, in mijn pogingen om de wereld op intellectuele wijze te doorgronden. Mijn geloof zou ik willen omschrijven als de persoonlijke relatie met, en vertrouwen en hoop in, de scheppende God.

Relatie tussen geloof en wetenschap

Geloof en wetenschap zijn gerelateerd. Socrates, bijvoorbeeld, zag het intellect (nous) als goddelijk, nauwelijks te onderscheiden van de ziel. In ieder geval was volgens hem de oorsprong van het intellect – en daarmee de oorsprong van wetenschap – goddelijk. Augustinus stelde dat het zoeken naar waarheid – dat wil zeggen, waarheid van de hogere soort – een intellectuele zoektocht is die wordt aangevuurd door de relatie met Christus. Slechts door een intens verlangen naar waarheid, kan naar een dergelijke waarheid gezocht worden.

Op een soortgelijke wijze meende Thomas van Aquino dat geloof en wetenschap innig met elkaar verbonden zijn: als de bevindingen van het intellect waar zijn, dan kunnen ze niet tegenstrijdig zijn met de aard van God. Dergelijke oude gedachten hebben mij altijd geïnspireerd in mijn wetenschappelijk werk. Zij houden mij sceptisch en bescheiden jegens waarheidsclaims van mijzelf of van andere wetenschappers, volgens de socioloog Robert Merton twee kerneigenschappen van een wetenschappelijke houding.

Vrijheidsbegrip in de sociologie

In mijn wetenschappelijke werk als socioloog tracht ik enig licht te werpen op maatschappelijke ontwikkelingen. Ik probeer te begrijpen hoe deze ontwikkelingen oude werelden vernietigen en nieuwe werelden scheppen. Ik stel daarbij de vraag welke vrijheden worden tenietgedaan en welke nieuwe mogelijkheden om vrij te zijn ontstaan. Mijn vrijheidsbegrip kan niet losgekoppeld worden van mijn christelijke geloof in een God die de mens wil bevrijden. Net als Augustinus, Thomas van Aquino, Blaise Pascal, Søren Kierkegaard en Alexis de Tocqueville denk ik niet dat het mogelijk is om vrij te zijn zonder geloof. Ik bedoel met ‘vrij zijn’: existentieel vrij, met intens verlangen naar vrijheid om waarheid tot uitdrukking te brengen (leven in waarheid). Dat wil zeggen: ik zie de bron van existentiële vrijheid in de intieme relatie met en openheid naar God. En ik zie deze vrijheid ook in de mogelijkheid om de empirische of historische werkelijkheid die ik in mijn werk onderzoek, te kunnen overstijgen.

Samenleven in vrijheid

Daarom kan ik zeggen dat despotisme – het tegenovergestelde van vrijheid – onwaar is, ofwel, niet door God gewild. Op soortgelijke wijze denk ik dat vrijheid niet mogelijk is zonder intellect of zonder wetenschap, omdat slechts dit intellect – de ultieme gift van God – de essentie van vrijheid of onvrijheid  kan doorgronden. Ofwel, vrijheid impliceert, wat mij betreft, het leven van een bestaan dat in het teken staat van het intellectuele zoeken naar waarheid. Maar wie niet intens naar vrijheid en waarheid verlangt, wie niet is aangevuurd, die zal het despotisme prefereren boven de vrijheid. Dit is wat mij betreft de betekenis van de zonde, wat samenleven in vrijheid zo bijzonder lastig maakt.

Ringo Ossewaarde is als universitair hoofddocent sociologie verbonden aan de Universiteit Twente

 

Over de Auteurs: Ringo Ossewaarde