Home » Dossier » Geschiedenis » Grondlegger moderne economie Adam Smith was theoloog

Grondlegger moderne economie Adam Smith was theoloog

By | Categorieën: Geschiedenis, Opinie | Gepubliceerd Op: 11 april 2012 | 3.6 min read |
Opinie

Vorig jaar verscheen het boek Adam Smith as Theologian. Een nogal merkwaardige titel voor een boek over de persoon die wel beschouwd wordt als de grondlegger van de moderne economie. Sinds wanneer, zo zou u zich kunnen afvragen, wordt Adam Smith tot de theologen gerekend? Zijn Smiths verloren gewaande lezingen over de natuurlijke theologie eindelijk boven water gekomen en is hiermee de ware Adam Smith opgestaan?

Nee, de feiten liggen anders. Het boek Adam Smith as Theologian, een bundeling van artikelen van een gelijknamige conferentie, sluit aan bij het oeverloze debat over de theologische aspecten van Smiths werk. De posities in dit debat blijken sterk uiteen te lopen. Waar de één Smith zonder twijfel een theïst noemt en allerlei orthodoxe stellingnames in zijn werk weet te ontwaren, noemt de ander hem een volstrekte atheïst die met zijn christelijke metaforen hooguit zijn academische carrière wilde veiligstellen. Er gaat geen week voorbij of de zoveelste publicatie over Smiths ‘verborgen’ en ‘geheime’ theologie, zijn vermeende toevlucht tot het Humeaans scepticisme en stoïcijns optimisme, of de ‘nu echt juiste’ interpretatie van het idee van de invisible hand ziet het licht. Hoeveel inkt moet er nog vloeien, zo vraag ik mij op mijn beurt af, voor we een definitief antwoord op deze kwesties denken te hebben gevonden?

Voor ieder wat wils

Als we Adam Smith ergens toe mogen rekenen dan zijn het de controversiële en multi-interpretabele denkers van de Westerse filosofie. Smith zelf was een groot eclecticus die voor ieder wat wils in zijn werk heeft te bieden. Zijn twee hoofdwerken, de Theory of Moral Sentiments (1759) en de Wealth of Nations (1776), vormen een snoepwinkel voor religieusgezinde lezers, maar bevatten eveneens een dosis empiricisme en naturalisme die menig godloochenaar zal bekoren. Het is dan ook niet moeilijk om een collage van citaten samen te stellen die de meest uiteenlopende standpunten kracht bijzet. Het debat over Smiths theologie is daarmee verworden tot een eindeloze strijd der levens- en wereldbeschouwingen die ons meer leert over de deelnemers aan het debat dan over de denkbeelden van Smith zélf.

Dit geldt overigens niet alleen voor de interpretatie van de theologische aspecten van Smiths werk, maar ook voor zijn ethische en economische opvattingen. Beide hoofdwerken werden al kort na publicatie door verschillende ideologische kampen geclaimd en dit proces gaat tot op de dag van vandaag door. Voeg daarbij de vraag naar de (on)verenigbaarheid van het moraalfilosofische werk Theory of Moral Sentiments en het van menselijk eigenbelang-uitgaande Wealth of Nations en men heeft een welhaast onuitputtelijke bron van controverse.

Achttiende eeuw

Mijn visie op de vraag naar Adam Smiths theologie – om ook maar een duit in het zakje te doen – is de volgende. Tenzij er meer verloren beschouwd historisch materiaal naar boven komt, is elke speculatie over Smiths persoonlijke geloofsopvattingen in ieder geval zinloos. Afgezien van enkele biografische noties (diepgelovige moeder, ‘atheïstische’ vriend David Hume, en ondertekening Westminster Confessie) weten we eenvoudigweg niet wat hem ten diepste bewoog. Hiermee wordt het moeilijk, zo niet onmogelijk, om de religieuze en minder-religieuze zinspelingen in Smiths werk naar waarde te schatten.

Interessanter is het om ons af te vragen hoe Smiths lezers zijn werk zouden hebben begrepen. In welk licht of met welke bril werden met andere woorden de boeken van een achttiende-eeuwse Schotse professor in de moraalfilosofie gelezen? De drie sleutelwoorden in dit verband zijn ‘natuurrecht’ (het idee dat rechtsnormen kunnen worden afgeleid uit de door God geschapen menselijke natuur), ‘natuurlijke theologie’ (het idee dat het bestaan van God kan worden bewezen uit intelligent ontwerp) en ‘newtonianisme’ (het idee dat het universum onderworpen is aan goddelijke natuurwetten). De talloze verwijzingen bij Smith naar “Nature”, “the Author of Nature”, “the Deity” en “the great Director of the Universe” mogen wat excentriek aandoen, maar waren zondermeer in lijn met de optimistische theologie van zijn tijd.

In feite was Adam Smith noch theoloog noch econoom. “By Adam Smith, LL.D. and F.R.S., Formerly Professor of Moral Philosophy in the University of Glasgow” valt er op de titelpagina van zijn Wealth of Nations te lezen. Of deze Legum Doctor and Fellow of the Royal Society alsnog als theoloog kan worden betiteld mag Joost weten. Het is maar hoe je het bekijkt.

Over de Auteurs: Joost W. Hengstmengel

Home » Dossier » Geschiedenis » Grondlegger moderne economie Adam Smith was theoloog

Grondlegger moderne economie Adam Smith was theoloog

By | Categorieën: Geschiedenis, Opinie | Gepubliceerd Op: 11 april 2012 | 3.6 min read |
Opinie

Vorig jaar verscheen het boek Adam Smith as Theologian. Een nogal merkwaardige titel voor een boek over de persoon die wel beschouwd wordt als de grondlegger van de moderne economie. Sinds wanneer, zo zou u zich kunnen afvragen, wordt Adam Smith tot de theologen gerekend? Zijn Smiths verloren gewaande lezingen over de natuurlijke theologie eindelijk boven water gekomen en is hiermee de ware Adam Smith opgestaan?

Nee, de feiten liggen anders. Het boek Adam Smith as Theologian, een bundeling van artikelen van een gelijknamige conferentie, sluit aan bij het oeverloze debat over de theologische aspecten van Smiths werk. De posities in dit debat blijken sterk uiteen te lopen. Waar de één Smith zonder twijfel een theïst noemt en allerlei orthodoxe stellingnames in zijn werk weet te ontwaren, noemt de ander hem een volstrekte atheïst die met zijn christelijke metaforen hooguit zijn academische carrière wilde veiligstellen. Er gaat geen week voorbij of de zoveelste publicatie over Smiths ‘verborgen’ en ‘geheime’ theologie, zijn vermeende toevlucht tot het Humeaans scepticisme en stoïcijns optimisme, of de ‘nu echt juiste’ interpretatie van het idee van de invisible hand ziet het licht. Hoeveel inkt moet er nog vloeien, zo vraag ik mij op mijn beurt af, voor we een definitief antwoord op deze kwesties denken te hebben gevonden?

Voor ieder wat wils

Als we Adam Smith ergens toe mogen rekenen dan zijn het de controversiële en multi-interpretabele denkers van de Westerse filosofie. Smith zelf was een groot eclecticus die voor ieder wat wils in zijn werk heeft te bieden. Zijn twee hoofdwerken, de Theory of Moral Sentiments (1759) en de Wealth of Nations (1776), vormen een snoepwinkel voor religieusgezinde lezers, maar bevatten eveneens een dosis empiricisme en naturalisme die menig godloochenaar zal bekoren. Het is dan ook niet moeilijk om een collage van citaten samen te stellen die de meest uiteenlopende standpunten kracht bijzet. Het debat over Smiths theologie is daarmee verworden tot een eindeloze strijd der levens- en wereldbeschouwingen die ons meer leert over de deelnemers aan het debat dan over de denkbeelden van Smith zélf.

Dit geldt overigens niet alleen voor de interpretatie van de theologische aspecten van Smiths werk, maar ook voor zijn ethische en economische opvattingen. Beide hoofdwerken werden al kort na publicatie door verschillende ideologische kampen geclaimd en dit proces gaat tot op de dag van vandaag door. Voeg daarbij de vraag naar de (on)verenigbaarheid van het moraalfilosofische werk Theory of Moral Sentiments en het van menselijk eigenbelang-uitgaande Wealth of Nations en men heeft een welhaast onuitputtelijke bron van controverse.

Achttiende eeuw

Mijn visie op de vraag naar Adam Smiths theologie – om ook maar een duit in het zakje te doen – is de volgende. Tenzij er meer verloren beschouwd historisch materiaal naar boven komt, is elke speculatie over Smiths persoonlijke geloofsopvattingen in ieder geval zinloos. Afgezien van enkele biografische noties (diepgelovige moeder, ‘atheïstische’ vriend David Hume, en ondertekening Westminster Confessie) weten we eenvoudigweg niet wat hem ten diepste bewoog. Hiermee wordt het moeilijk, zo niet onmogelijk, om de religieuze en minder-religieuze zinspelingen in Smiths werk naar waarde te schatten.

Interessanter is het om ons af te vragen hoe Smiths lezers zijn werk zouden hebben begrepen. In welk licht of met welke bril werden met andere woorden de boeken van een achttiende-eeuwse Schotse professor in de moraalfilosofie gelezen? De drie sleutelwoorden in dit verband zijn ‘natuurrecht’ (het idee dat rechtsnormen kunnen worden afgeleid uit de door God geschapen menselijke natuur), ‘natuurlijke theologie’ (het idee dat het bestaan van God kan worden bewezen uit intelligent ontwerp) en ‘newtonianisme’ (het idee dat het universum onderworpen is aan goddelijke natuurwetten). De talloze verwijzingen bij Smith naar “Nature”, “the Author of Nature”, “the Deity” en “the great Director of the Universe” mogen wat excentriek aandoen, maar waren zondermeer in lijn met de optimistische theologie van zijn tijd.

In feite was Adam Smith noch theoloog noch econoom. “By Adam Smith, LL.D. and F.R.S., Formerly Professor of Moral Philosophy in the University of Glasgow” valt er op de titelpagina van zijn Wealth of Nations te lezen. Of deze Legum Doctor and Fellow of the Royal Society alsnog als theoloog kan worden betiteld mag Joost weten. Het is maar hoe je het bekijkt.

Over de Auteurs: Joost W. Hengstmengel