Home » Dossier » Filosofie » Grenzen van wetenschap

Grenzen van wetenschap

By | Categorieën: Filosofie, Opinie | Gepubliceerd Op: 23 oktober 2015 | 3.3 min read |

Heeft de wetenschap grenzen? Als het over geloof en wetenschap gaat, komt die vraag nogal eens op. Wetenschap gaat over feiten, hoor je dan bijvoorbeeld, religie over normen en waarden. “The bible teaches us how to go to heaven, not how the heavens go,” zoals Galileo ooit eens gezegd zou hebben. Of dat wetenschap niks kan zeggen over eenmalige gebeurtenissen, omdat wetenschap herhaalbare waarnemingen vereist. (Daar hebben ze in de sociale psychologie momenteel last mee.) Of dat wetenschap rust op onbewezen vooronderstellingen: dat de natuur uniform is, dat onze waarneming betrouwbaar is, dat de wetten van de logica gelden.

Stuk voor stuk lijken mij dit interessante suggesties waar op het eerste gezicht wel wat in zit. Maar ik zie ook wel een probleem. Deze en vergelijkbare suggesties moeten het doorgaans hebben van hun intuïtieve aannemelijkheid en niet van een doortimmerde onderbouwing. Misschien kan dat niet anders — argumenten moeten ergens stoppen — maar het zou aantrekkelijker zijn als je iets kunt zeggen over de grenzen van wetenschap vanuit een meer systematisch kader: een theorie over wetenschap, een duidelijk argument voor de begrensdheid van wetenschap. Dat geldt des te meer als je een discussie voert over geloof en wetenschap. Wanneer je de ruimte voor geloof wilt verdedigen door je te beroepen op de grenzen van wetenschap, maak je je als gelovige gauw verdacht als je niets anders hebt te bieden dan intuïties.

Wat is wetenschappelijke kennis?

Wat dan? Ik heb de laatste tijd zitten denken over wat er nu zo bijzonder is aan wetenschappelijke kennis. Eén idee heeft sterke historische en systematische papieren: wetenschappelijke kennis vereist dat je iets niet zomaar weet, maar dat je (a) een overtuigende onderbouwing kunt geven van wat je weet en dat je (b) ook correct inschat dat die onderbouwing sterk is. Bijvoorbeeld: waarom is het wetenschappelijke kennis dat er een oerknal is geweest? Daar hebben we verschillende redenen voor (hier is een mooi kort college over) en we kunnen ook uitleggen waarom dat goede redenen zijn: ze zijn gebaseerd op supernauwkeurige, uitgebreid geverifieerde en betrouwbare waarnemingen.

Scharnieren

Dit maakt dat wetenschap inderdaad grenzen heeft. Dat blijkt als je nadenkt over uitspraken die Wittgenstein ‘scharnieren’ noemde: ‘Ik heb twee handen’, ‘katten groeien niet aan bomen’, ‘er bestaat een buitenwereld’, ‘de wereld is ouder dan vijf minuten’ of ‘mijn zintuigen zijn betrouwbaar’. Ons hele proces van denken, twijfelen en onderbouwen scharniert om zulk soort uitgangspunten. Je kunt ze (in normale omstandigheden) dan ook niet serieus in twijfel trekken omdat dan letterlijk alles wat je verder gelooft op de helling gaat. Je kunt er met wetenschappelijk onderzoek (of op andere manieren) ook geen echte onderbouwing voor geven, want alles wat je zou opvoeren is hooguit net zo zeker als deze uitspraken zelf — en waarschijnlijk minder zeker. Dat je kunt zien dat je twee handen hebt is weliswaar een reden om te denken dat je ze hebt, maar als je je een normale context voorstelt waarin je oprecht twijfelt of je handen hebt, dan zul je net zo goed twijfelen aan je zintuigen.

Vruchtbaar

Dit is maar één voorbeeld, maar volgens mij is dit een vruchtbare benadering. Je kunt je afvragen of de aard van wetenschappelijke kennis automatisch beperkingen met zich meebrengt. De tijdelijkheid en veranderlijkheid van veel wetenschappelijke ‘kennis’ lijkt bijvoorbeeld een grens te stellen aan hoe zeker we kunnen zijn van de kwaliteit van de onderbouwing van wetenschappelijke kennisclaims. Misschien zijn er ook nog wel meer dingen te zeggen over de aard van wetenschappelijke kennis dan wat ik hierboven heb genoemd. Dat zou vervolgens nog andere beperkingen kunnen opleveren.

Deze benadering heeft in elk geval als voordeel dat je in een discussie over geloof en wetenschap gemeenschappelijke grond kunt vinden: atheïsten, agnosten en gelovigen hoeven namelijk niet per se van mening te verschillen over wat wetenschappelijke kennis is.

Over de Auteurs: Jeroen de Ridder

Home » Dossier » Filosofie » Grenzen van wetenschap

Grenzen van wetenschap

By | Categorieën: Filosofie, Opinie | Gepubliceerd Op: 23 oktober 2015 | 3.3 min read |

Heeft de wetenschap grenzen? Als het over geloof en wetenschap gaat, komt die vraag nogal eens op. Wetenschap gaat over feiten, hoor je dan bijvoorbeeld, religie over normen en waarden. “The bible teaches us how to go to heaven, not how the heavens go,” zoals Galileo ooit eens gezegd zou hebben. Of dat wetenschap niks kan zeggen over eenmalige gebeurtenissen, omdat wetenschap herhaalbare waarnemingen vereist. (Daar hebben ze in de sociale psychologie momenteel last mee.) Of dat wetenschap rust op onbewezen vooronderstellingen: dat de natuur uniform is, dat onze waarneming betrouwbaar is, dat de wetten van de logica gelden.

Stuk voor stuk lijken mij dit interessante suggesties waar op het eerste gezicht wel wat in zit. Maar ik zie ook wel een probleem. Deze en vergelijkbare suggesties moeten het doorgaans hebben van hun intuïtieve aannemelijkheid en niet van een doortimmerde onderbouwing. Misschien kan dat niet anders — argumenten moeten ergens stoppen — maar het zou aantrekkelijker zijn als je iets kunt zeggen over de grenzen van wetenschap vanuit een meer systematisch kader: een theorie over wetenschap, een duidelijk argument voor de begrensdheid van wetenschap. Dat geldt des te meer als je een discussie voert over geloof en wetenschap. Wanneer je de ruimte voor geloof wilt verdedigen door je te beroepen op de grenzen van wetenschap, maak je je als gelovige gauw verdacht als je niets anders hebt te bieden dan intuïties.

Wat is wetenschappelijke kennis?

Wat dan? Ik heb de laatste tijd zitten denken over wat er nu zo bijzonder is aan wetenschappelijke kennis. Eén idee heeft sterke historische en systematische papieren: wetenschappelijke kennis vereist dat je iets niet zomaar weet, maar dat je (a) een overtuigende onderbouwing kunt geven van wat je weet en dat je (b) ook correct inschat dat die onderbouwing sterk is. Bijvoorbeeld: waarom is het wetenschappelijke kennis dat er een oerknal is geweest? Daar hebben we verschillende redenen voor (hier is een mooi kort college over) en we kunnen ook uitleggen waarom dat goede redenen zijn: ze zijn gebaseerd op supernauwkeurige, uitgebreid geverifieerde en betrouwbare waarnemingen.

Scharnieren

Dit maakt dat wetenschap inderdaad grenzen heeft. Dat blijkt als je nadenkt over uitspraken die Wittgenstein ‘scharnieren’ noemde: ‘Ik heb twee handen’, ‘katten groeien niet aan bomen’, ‘er bestaat een buitenwereld’, ‘de wereld is ouder dan vijf minuten’ of ‘mijn zintuigen zijn betrouwbaar’. Ons hele proces van denken, twijfelen en onderbouwen scharniert om zulk soort uitgangspunten. Je kunt ze (in normale omstandigheden) dan ook niet serieus in twijfel trekken omdat dan letterlijk alles wat je verder gelooft op de helling gaat. Je kunt er met wetenschappelijk onderzoek (of op andere manieren) ook geen echte onderbouwing voor geven, want alles wat je zou opvoeren is hooguit net zo zeker als deze uitspraken zelf — en waarschijnlijk minder zeker. Dat je kunt zien dat je twee handen hebt is weliswaar een reden om te denken dat je ze hebt, maar als je je een normale context voorstelt waarin je oprecht twijfelt of je handen hebt, dan zul je net zo goed twijfelen aan je zintuigen.

Vruchtbaar

Dit is maar één voorbeeld, maar volgens mij is dit een vruchtbare benadering. Je kunt je afvragen of de aard van wetenschappelijke kennis automatisch beperkingen met zich meebrengt. De tijdelijkheid en veranderlijkheid van veel wetenschappelijke ‘kennis’ lijkt bijvoorbeeld een grens te stellen aan hoe zeker we kunnen zijn van de kwaliteit van de onderbouwing van wetenschappelijke kennisclaims. Misschien zijn er ook nog wel meer dingen te zeggen over de aard van wetenschappelijke kennis dan wat ik hierboven heb genoemd. Dat zou vervolgens nog andere beperkingen kunnen opleveren.

Deze benadering heeft in elk geval als voordeel dat je in een discussie over geloof en wetenschap gemeenschappelijke grond kunt vinden: atheïsten, agnosten en gelovigen hoeven namelijk niet per se van mening te verschillen over wat wetenschappelijke kennis is.

Over de Auteurs: Jeroen de Ridder