Home » Dossier » Geschiedenis » Gods economen

Gods economen

By | Categorieën: Geschiedenis, Opinie | Gepubliceerd Op: 17 oktober 2011 | 3.4 min read |

Wat hebben de weigerambtenaar, een burkaverbod en de NS-plaszak gemeen? Het antwoord is vreemd genoeg dat veel Nederlanders deze zaken associëren met de Middeleeuwen. “We leven toch niet meer in de Middeleeuwen?” is een opmerking die de moderne mens dan ook graag bezigt als blijk van zijn verlichte geesteshouding. De Middeleeuwen staan voor alles wat dwaas, onrechtvaardig en lelijk is.

Althans, dat is wat de populaire media, literatuur en wetenschap ons willen doen geloven. Wie verder kijkt dan zijn of haar mondige neus lang is, komt tot de ontdekking dat het middeleeuwse denken een belangrijke schakel vormt in de ontwikkeling van de Westerse cultuur. Recent nog wees James Hannam in zijn boek God’s Philosophers op het belang van de Middeleeuwen voor de ontwikkeling van de moderne (natuur)wetenschap. Een interessante these, zeker voor een breed publiek, maar niet per se nieuw. Serieuze historici proberen al decennia lang duidelijk te maken dat wij ons beeld van de ‘duistere’ Middeleeuwen moeten herzien.

Herwaardering Middeleeuwen

Binnen de geschiedenis van het economisch denken heeft een dergelijke herwaardering van de Middeleeuwen zich al in de jaren ‘50 van de vorige eeuw voltrokken. Auteurs als Raymond de Roover, Marjorie Grice-Hutchinson en Joseph Schumpeter toonden aan dat de zogenaamde ‘prehistorie van het economisch denken’, zoals deze soms minachtend wordt aangeduid, verre van primitief of waardeloos was. De beroemde econoom Schumpeter sprak bijvoorbeeld over het “gemak waarmee de economie van de scholastieke geleerden alle fenomenen van het opkomende kapitalisme absorbeerde en … het feit dat het een belangrijke basis vormde voor het analytische werk van hun opvolgers, Adam Smith niet uitgezonderd”.

De naam van Adam Smith wordt hier niet voor niets genoemd. Smith, een verlichtingseconoom bij uitstek, wordt namelijk in menig economisch handboek beschouwd als de ‘founding father’ van de economische wetenschap. Hier is zeker iets voor te zeggen, maar het doet geen recht aan wat – wederom denigrerend – ‘pre-Smithiaans’ economisch denken wordt genoemd. De genoemde historici en met hen vele anderen hebben afdoende aangetoond dat de moderne economie in vele opzichten schatplichtig is aan het middeleeuws economisch denken (om nog maar te zwijgen over de klassieke oudheid, het vroege christendom en de vroege moderniteit).

Waar de moderne economie blijk geeft van een voortgaande secularisering, gaan in de scholastieke economie geloof en wetenschap moeiteloos samen. Dit is ook niet verrassend, wanneer je bedenkt dat economische vraagstukken aan universiteiten als Bologna, Salamanca, Parijs en Oxford als een onderdeel van de theologie en moraalfilosofie werden behandeld. In het middeleeuwse economisch denken klinkt dan ook voortdurend de vraag of iets zondig, waarachtig of rechtvaardig is. Hoewel religieuze en filosofische autoriteiten in de beantwoording van deze vragen een grote rol spelen, ligt de nadruk op het zoeken naar rationele argumenten voor morele oordelen. Om tot een gefundeerd oordeel te komen, wagen de scholastici zich dan ook aan uitgebreide beschouwingen over fundamentele economische concepten als geld, prijs, waarde, rente, schaarste, eigendom en competitie. De scholastieke theologen waren daarmee niet alleen Gods filosofen, maar evengoed Gods economen.

Relevantie

De wijze van middeleeuwse economiebeoefening is niet zonder hedendaagse relevantie. Sommigen zullen analyses van de rechtvaardige prijs of de zondigheid van het vragen van rente afdoen als ‘betuttelend’ – om nog maar eens een verlicht modewoord te gebruiken – maar ik vind ze inspirerend. De zondeval van de economische wetenschap is wat mij betreft haar historische ontworsteling aan de (al dan niet religieus-geïnspireerde) ethiek. Dit niet alleen omdat de mens zich nooit tot homo economicus laat reduceren en daarom economische voorspellingen zo onnauwkeurig zijn, maar ook omdat de prangende vragen in de economische werkelijkheid van vandaag de dag veelal morele vragen zijn.

Het is veel te simplistisch om de hedendaagse economische crisis toe te schrijven aan graaiende bankiers en recreërende Grieken, maar dat hier ethische kwesties aan de orde zijn, voelen zowel dominee als koopman aan. Wat de economische wetenschap kan verlichten in tijden van economische crisis is niet zozeer meer geloof in wetenschap, maar meer geloof én wetenschap zoals dat naar voren komt in het ethisch-economisch denken van de Middeleeuwen

Over de Auteurs: Joost W. Hengstmengel

Home » Dossier » Geschiedenis » Gods economen

Gods economen

By | Categorieën: Geschiedenis, Opinie | Gepubliceerd Op: 17 oktober 2011 | 3.4 min read |

Wat hebben de weigerambtenaar, een burkaverbod en de NS-plaszak gemeen? Het antwoord is vreemd genoeg dat veel Nederlanders deze zaken associëren met de Middeleeuwen. “We leven toch niet meer in de Middeleeuwen?” is een opmerking die de moderne mens dan ook graag bezigt als blijk van zijn verlichte geesteshouding. De Middeleeuwen staan voor alles wat dwaas, onrechtvaardig en lelijk is.

Althans, dat is wat de populaire media, literatuur en wetenschap ons willen doen geloven. Wie verder kijkt dan zijn of haar mondige neus lang is, komt tot de ontdekking dat het middeleeuwse denken een belangrijke schakel vormt in de ontwikkeling van de Westerse cultuur. Recent nog wees James Hannam in zijn boek God’s Philosophers op het belang van de Middeleeuwen voor de ontwikkeling van de moderne (natuur)wetenschap. Een interessante these, zeker voor een breed publiek, maar niet per se nieuw. Serieuze historici proberen al decennia lang duidelijk te maken dat wij ons beeld van de ‘duistere’ Middeleeuwen moeten herzien.

Herwaardering Middeleeuwen

Binnen de geschiedenis van het economisch denken heeft een dergelijke herwaardering van de Middeleeuwen zich al in de jaren ‘50 van de vorige eeuw voltrokken. Auteurs als Raymond de Roover, Marjorie Grice-Hutchinson en Joseph Schumpeter toonden aan dat de zogenaamde ‘prehistorie van het economisch denken’, zoals deze soms minachtend wordt aangeduid, verre van primitief of waardeloos was. De beroemde econoom Schumpeter sprak bijvoorbeeld over het “gemak waarmee de economie van de scholastieke geleerden alle fenomenen van het opkomende kapitalisme absorbeerde en … het feit dat het een belangrijke basis vormde voor het analytische werk van hun opvolgers, Adam Smith niet uitgezonderd”.

De naam van Adam Smith wordt hier niet voor niets genoemd. Smith, een verlichtingseconoom bij uitstek, wordt namelijk in menig economisch handboek beschouwd als de ‘founding father’ van de economische wetenschap. Hier is zeker iets voor te zeggen, maar het doet geen recht aan wat – wederom denigrerend – ‘pre-Smithiaans’ economisch denken wordt genoemd. De genoemde historici en met hen vele anderen hebben afdoende aangetoond dat de moderne economie in vele opzichten schatplichtig is aan het middeleeuws economisch denken (om nog maar te zwijgen over de klassieke oudheid, het vroege christendom en de vroege moderniteit).

Waar de moderne economie blijk geeft van een voortgaande secularisering, gaan in de scholastieke economie geloof en wetenschap moeiteloos samen. Dit is ook niet verrassend, wanneer je bedenkt dat economische vraagstukken aan universiteiten als Bologna, Salamanca, Parijs en Oxford als een onderdeel van de theologie en moraalfilosofie werden behandeld. In het middeleeuwse economisch denken klinkt dan ook voortdurend de vraag of iets zondig, waarachtig of rechtvaardig is. Hoewel religieuze en filosofische autoriteiten in de beantwoording van deze vragen een grote rol spelen, ligt de nadruk op het zoeken naar rationele argumenten voor morele oordelen. Om tot een gefundeerd oordeel te komen, wagen de scholastici zich dan ook aan uitgebreide beschouwingen over fundamentele economische concepten als geld, prijs, waarde, rente, schaarste, eigendom en competitie. De scholastieke theologen waren daarmee niet alleen Gods filosofen, maar evengoed Gods economen.

Relevantie

De wijze van middeleeuwse economiebeoefening is niet zonder hedendaagse relevantie. Sommigen zullen analyses van de rechtvaardige prijs of de zondigheid van het vragen van rente afdoen als ‘betuttelend’ – om nog maar eens een verlicht modewoord te gebruiken – maar ik vind ze inspirerend. De zondeval van de economische wetenschap is wat mij betreft haar historische ontworsteling aan de (al dan niet religieus-geïnspireerde) ethiek. Dit niet alleen omdat de mens zich nooit tot homo economicus laat reduceren en daarom economische voorspellingen zo onnauwkeurig zijn, maar ook omdat de prangende vragen in de economische werkelijkheid van vandaag de dag veelal morele vragen zijn.

Het is veel te simplistisch om de hedendaagse economische crisis toe te schrijven aan graaiende bankiers en recreërende Grieken, maar dat hier ethische kwesties aan de orde zijn, voelen zowel dominee als koopman aan. Wat de economische wetenschap kan verlichten in tijden van economische crisis is niet zozeer meer geloof in wetenschap, maar meer geloof én wetenschap zoals dat naar voren komt in het ethisch-economisch denken van de Middeleeuwen

Over de Auteurs: Joost W. Hengstmengel