Home » Nieuws » Goddelijke wiskunde

Goddelijke wiskunde

By |Categorieën: Nieuws|Gepubliceerd Op: 16 maart 2018|1.7 min read|

Ter ere van pi-dag (op 14 maart) schreef Russell Howell, hoogleraar wiskunde aan Westmont College in Santa Barbara (VS) een artikel over wiskunde en christendom voor het tijdschrift Christianity Today.

Pi-dag wordt doorgaans gevierd op 14 maart, in de Amerikaanse notatie is dat 3.14, de eerste drie cijfers van het getal pi. Voor de echte diehards is het hoogtepunt van die dag om 1:59, dat geeft nog eens drie extra decimalen van pi: 3,14159. Howell merkt op dat onlangs de Zwitserse wiskundige Christian Trüb, een evangelisch christen, een record aantal decimalen van het getal pi uitrekende. En in januari bleek de pc van een Amerikaanse diaken het grootste priemgetal tot nu toe te hebben ontdekt.

Nu bestaat er natuurlijk geen ‘christelijke wiskunde’, maar bijvoorbeeld Augustinus heeft wel het een en ander geschreven over getallen. Hij was enthousiast over ‘volmaakte getallen’, die gelijk zijn aan de som van de getallen waardoor ze deelbaar zijn. Zes is bijvoorbeeld een volmaakt getal (deelbaar door 1+2+3). Dat was volgens Augustinus ook de reden dat de schepping in zes dagen plaatsvond: niet omdat God zoveel tijd nodig had, maar omdat zes een volmaakt getal was.

Bedenksels

Augustinus volgde Plato in de gedachte dat wiskundige objecten (zoals getallen) of proposities entiteiten zijn die een eigen bestaan hebben. Hij meende dat ze zelfs deel waren van de goddelijke natuur. Als schepselen van God kunnen we omgaan met deze goddelijke gedachten. Wel weet God veel meer dan wij, en hij zou dus alle decimalen van pi moeten kunnen overzien. Niet alle gelovigen zien getallen als deel van God. Zij volgen Aristoteles, de ze zag als menselijke bedenksels, nodig om gemeenschappelijke ervaringen te beschrijven.

Beide posities hebben zo hun problemen, stelt Howell. Ze lijken soms Gods almacht te beperken. Nog erger werd het toen Gödel met zijn onvolledigheidsstellingen kwam. Ieder axiomisch wiskundig systeem bevat ware uitspraken die niet zijn te bewijzen. Beperkt dat God? Niet echt, denkt Howell. Wat hem betreft leidt het overpeinzen van mathematische mysteries tot inzicht in onze eigen beperkingen en de grootheid van God.

Bron: Christianity Today 14 maart 2018

Beeld: Wikipedia/TU Delft

Home » Nieuws » Goddelijke wiskunde

Goddelijke wiskunde

By Gepubliceerd Op: 16 maart 20181.7 min read

Ter ere van pi-dag (op 14 maart) schreef Russell Howell, hoogleraar wiskunde aan Westmont College in Santa Barbara (VS) een artikel over wiskunde en christendom voor het tijdschrift Christianity Today.

Pi-dag wordt doorgaans gevierd op 14 maart, in de Amerikaanse notatie is dat 3.14, de eerste drie cijfers van het getal pi. Voor de echte diehards is het hoogtepunt van die dag om 1:59, dat geeft nog eens drie extra decimalen van pi: 3,14159. Howell merkt op dat onlangs de Zwitserse wiskundige Christian Trüb, een evangelisch christen, een record aantal decimalen van het getal pi uitrekende. En in januari bleek de pc van een Amerikaanse diaken het grootste priemgetal tot nu toe te hebben ontdekt.

Nu bestaat er natuurlijk geen ‘christelijke wiskunde’, maar bijvoorbeeld Augustinus heeft wel het een en ander geschreven over getallen. Hij was enthousiast over ‘volmaakte getallen’, die gelijk zijn aan de som van de getallen waardoor ze deelbaar zijn. Zes is bijvoorbeeld een volmaakt getal (deelbaar door 1+2+3). Dat was volgens Augustinus ook de reden dat de schepping in zes dagen plaatsvond: niet omdat God zoveel tijd nodig had, maar omdat zes een volmaakt getal was.

Bedenksels

Augustinus volgde Plato in de gedachte dat wiskundige objecten (zoals getallen) of proposities entiteiten zijn die een eigen bestaan hebben. Hij meende dat ze zelfs deel waren van de goddelijke natuur. Als schepselen van God kunnen we omgaan met deze goddelijke gedachten. Wel weet God veel meer dan wij, en hij zou dus alle decimalen van pi moeten kunnen overzien. Niet alle gelovigen zien getallen als deel van God. Zij volgen Aristoteles, de ze zag als menselijke bedenksels, nodig om gemeenschappelijke ervaringen te beschrijven.

Beide posities hebben zo hun problemen, stelt Howell. Ze lijken soms Gods almacht te beperken. Nog erger werd het toen Gödel met zijn onvolledigheidsstellingen kwam. Ieder axiomisch wiskundig systeem bevat ware uitspraken die niet zijn te bewijzen. Beperkt dat God? Niet echt, denkt Howell. Wat hem betreft leidt het overpeinzen van mathematische mysteries tot inzicht in onze eigen beperkingen en de grootheid van God.

Bron: Christianity Today 14 maart 2018

Beeld: Wikipedia/TU Delft