Home » Opinie » God en het heelal: een nieuwe breuklijn

God en het heelal: een nieuwe breuklijn

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 3 november 2014 | 4.6 min read |

In 2003 ontstond een nieuwe breuklijn in de dialoog tussen geloof en wetenschap. Drie kosmologen, Borde, Guth en Vilenkin, publiceerden een stelling die het debat over het begin van het heelal en het bestaan van God weer hoog heeft doen opflakkeren.

 

Een absoluut begin?

In de dialoog tussen geloof en wetenschap ga ik graag op zoek naar breuklijnen. Plaatsen waar ze tegen elkaar wrijven of opbotsen, en waar geen van beiden wil wijken. Waar eerder sprake is van een loopgravenoorlog dan van een dialoog of een aanzet daartoe. Een van die hedendaagse loopgraven is de discussie rond het absolute begin van het heelal. Wie dacht dat we er sinds Georges Lemaître – grondlegger van de oerknaltheorie – zowat uit waren, heeft het mis. [1] Het lijkt wel of de geschiedenis zich herhaalt.

In 2003 publiceerden drie kosmologen, Arvind Borde, Allan Guth en Alexander Vilenkin een stelling die heel wat stof heeft doen opwaaien. [2] Volgens dit ‘BGV-theorema’ is ieder heelal dat zich gemiddeld genomen in een staat van expansie bevindt (zoals het onze) “geodetisch onvolledig” naar het verleden toe. Vaak formuleert men dit als: het heelal moet een absoluut beginpunt hebben gehad, het heelal is ooit beginnen te ontstaan. Maar strikt genomen klopt dat laatste niet. Of, tenminste, dit is precies het punt waarover een aantal theologen, filosofen en natuurkundigen sindsdien met de regelmaat van de klok een stevig rondje bakkeleien, zonder echt vooruitgang te boeken. Een breuklijn dus, en precies daarom heel interessant als voorbeeld.

Waar loopt het dan precies mis? Strikt genomen bewijst de BGV-stelling niet dat het heelal een absoluut begin in de tijd heeft. Deze stelling laat alleen zien dat een klassieke beschrijving van ons heelal (en met klassiek bedoel ik: zonder de kwantummechanica in rekening te brengen) ergens “ophoudt”, een grens heeft waar we met die klassieke beschrijving niet voorbij kunnen.

Craig en Carroll

Aan de ene kant heb je iemand als William Craig (filosoof en theoloog) voor wie de BGV-stelling het onweerlegbare bewijs is dat het heelal een absoluut begin heeft. Dit is een sleutelgegeven in zijn kosmologisch Godsargument. [3] Craig gaat onvermoeibaar in debat met kosmologen zoals Sean Carroll, die op zijn beurt probeert de argumentatie van Craig onderuit te halen, vaak op het scherp van de snee. [4] Craig probeert het bestaan van God als Schepper van het heelal aan te tonen met een metafysische argumentatie gebaseerd op oorzakelijkheid waarin tevens een kosmologisch gegeven (de BGV-stelling) een sleutelrol speelt.

Carroll van zijn kant verwerpt Craigs “Aristoteliaanse” argumentatie in temen van oorzaken omdat dit voor hem een overbodige metafysische ballast is die irrelevant is voor de kosmologie. Maar bovendien probeert Carroll de onhoudbaarheid van een theïstische wereldbeschouwing aan te tonen door (o.a.) te argumenteren dat Craig de BGV-stelling niet correct interpreteert.

Grensoverschrijding

In beide gevallen is er sprake van een niet-legitieme grensoverschrijding waarbij het eigene van het wetenschappelijke discours en het religieuze discours niet wordt gerespecteerd. Beiden maken dezelfde fout, namelijk dat ze van de stilzwijgende vooronderstelling vertrekken dat theïsme een (metafysisch) kosmologisch model is. Maar theïsme is geen kosmologisch model. Je kan de BGV-stelling niet gebruiken om het theïsme te weerleggen, noch om te bewijzen dat er een Schepper is die ex nihilo – uit het niets – alles geschapen heeft.

God en wetenschap

Zeggen dat God de Schepper is die het heelal uit het niets heeft geschapen is geen kosmologische uitspraak over de werkelijkheid. Sterker nog, de christelijke scheppingsleer verwerpt precies het idee dat zulk een bewijs mogelijk zou zijn. Het idee van zulk een bewijs zou het einde van de kosmologie als wetenschap betekenen. Door de mogelijkheid van een dergelijk bewijs radicaal te ontkennen vormt de christelijke scheppingsleer net een aansporing voor wetenschappers om verder te blijven graven in het mysterie van het heelal, zelfs in datgene wat mogelijks vóór de oerknal te vinden is.

Voor een gelovig wetenschapper is God niet het eindpunt van een logische redenering, maar net omgekeerd: zijn of haar geloof in God is een beginpunt of axioma, dat aan alles voorafgaat. Zoals Guy Consolmagno, jezuïet en astronoom bij de Vaticaanse Sterrenwacht, het uitdrukt: “Mijn geloof in God komt niet voort uit iets dat ik in de wetenschap gezien heb. Maar ik kan het omkeren en zeggen: ‘Ik geloof in wetenschap wegens mijn geloof in God.’” [5]

Noten
[1] Zie A. van Biezen, Tussen geloof en wetenschap. Georges Lemaître, paus Pius XII en de oerknaltheorie, KU Leuven, 2014, te raadplegen op: http://www.scriptiebank.be/scriptie/tussen-geloof-en-wetenschap-georges-lemaitre-paus-pius-xii-en-de-oerknaltheorie
[2] A. Borde, A. Guth & A. Vilenkin, Inflationary spacetimes are not past-complete (januari 2003), http://arxiv.org/pdf/grqc/0110012.pdf (toegang oktober 2014): “Ons argument toont aan dat nul-geodeten en tijdachtige geodeten in het algemeen onvolledig naar het verleden toe zijn in inflatiemodellen, ongeacht de energietoestand, met als enige voorwaarde dat aan de gemiddelde voorwaarde van expansie Hav > 0 is voldaan langs deze naar het verleden gerichte geodeten.” (mijn vertaling)
[3] Voor een zeer gedegen uiteenzetting hiervan, zie W.L. Craig & J.D. Sinclair, ‘The Kalam Cosmological Argument’, in W.L. Craig & J.P. Moreland (eds.), The Blackwell Companion to Natural Theology, Blackwell Publishing Ltd, Oxford, 2009, p. 101-201.
[4] Om een idee te geven van de heftigheid van het debat, zie bijvoorbeeld: B. Seidensticker, Carefree Christian Dinghy Hits Immovable Rock of Reality: Thoughts on the Craig vs. Carroll Debate, http://www.patheos.com/blogs/crossexamined/2014/04/carefree-christian-dinghy-hits-immoveable-rock-of-reality-thoughts-on-the-craig-vs-carroll-debate/ (april, 2005), (toegang oktober 2014).
[5] G. Consolmagno, By Design, http://www.astrobio.net/interview/by-design/ (september, 2005), (toegang oktober 2014), mijn vertaling.

 

Over de Auteurs: Alexander van Biezen

Home » Opinie » God en het heelal: een nieuwe breuklijn

God en het heelal: een nieuwe breuklijn

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 3 november 2014 | 4.6 min read |

In 2003 ontstond een nieuwe breuklijn in de dialoog tussen geloof en wetenschap. Drie kosmologen, Borde, Guth en Vilenkin, publiceerden een stelling die het debat over het begin van het heelal en het bestaan van God weer hoog heeft doen opflakkeren.

 

Een absoluut begin?

In de dialoog tussen geloof en wetenschap ga ik graag op zoek naar breuklijnen. Plaatsen waar ze tegen elkaar wrijven of opbotsen, en waar geen van beiden wil wijken. Waar eerder sprake is van een loopgravenoorlog dan van een dialoog of een aanzet daartoe. Een van die hedendaagse loopgraven is de discussie rond het absolute begin van het heelal. Wie dacht dat we er sinds Georges Lemaître – grondlegger van de oerknaltheorie – zowat uit waren, heeft het mis. [1] Het lijkt wel of de geschiedenis zich herhaalt.

In 2003 publiceerden drie kosmologen, Arvind Borde, Allan Guth en Alexander Vilenkin een stelling die heel wat stof heeft doen opwaaien. [2] Volgens dit ‘BGV-theorema’ is ieder heelal dat zich gemiddeld genomen in een staat van expansie bevindt (zoals het onze) “geodetisch onvolledig” naar het verleden toe. Vaak formuleert men dit als: het heelal moet een absoluut beginpunt hebben gehad, het heelal is ooit beginnen te ontstaan. Maar strikt genomen klopt dat laatste niet. Of, tenminste, dit is precies het punt waarover een aantal theologen, filosofen en natuurkundigen sindsdien met de regelmaat van de klok een stevig rondje bakkeleien, zonder echt vooruitgang te boeken. Een breuklijn dus, en precies daarom heel interessant als voorbeeld.

Waar loopt het dan precies mis? Strikt genomen bewijst de BGV-stelling niet dat het heelal een absoluut begin in de tijd heeft. Deze stelling laat alleen zien dat een klassieke beschrijving van ons heelal (en met klassiek bedoel ik: zonder de kwantummechanica in rekening te brengen) ergens “ophoudt”, een grens heeft waar we met die klassieke beschrijving niet voorbij kunnen.

Craig en Carroll

Aan de ene kant heb je iemand als William Craig (filosoof en theoloog) voor wie de BGV-stelling het onweerlegbare bewijs is dat het heelal een absoluut begin heeft. Dit is een sleutelgegeven in zijn kosmologisch Godsargument. [3] Craig gaat onvermoeibaar in debat met kosmologen zoals Sean Carroll, die op zijn beurt probeert de argumentatie van Craig onderuit te halen, vaak op het scherp van de snee. [4] Craig probeert het bestaan van God als Schepper van het heelal aan te tonen met een metafysische argumentatie gebaseerd op oorzakelijkheid waarin tevens een kosmologisch gegeven (de BGV-stelling) een sleutelrol speelt.

Carroll van zijn kant verwerpt Craigs “Aristoteliaanse” argumentatie in temen van oorzaken omdat dit voor hem een overbodige metafysische ballast is die irrelevant is voor de kosmologie. Maar bovendien probeert Carroll de onhoudbaarheid van een theïstische wereldbeschouwing aan te tonen door (o.a.) te argumenteren dat Craig de BGV-stelling niet correct interpreteert.

Grensoverschrijding

In beide gevallen is er sprake van een niet-legitieme grensoverschrijding waarbij het eigene van het wetenschappelijke discours en het religieuze discours niet wordt gerespecteerd. Beiden maken dezelfde fout, namelijk dat ze van de stilzwijgende vooronderstelling vertrekken dat theïsme een (metafysisch) kosmologisch model is. Maar theïsme is geen kosmologisch model. Je kan de BGV-stelling niet gebruiken om het theïsme te weerleggen, noch om te bewijzen dat er een Schepper is die ex nihilo – uit het niets – alles geschapen heeft.

God en wetenschap

Zeggen dat God de Schepper is die het heelal uit het niets heeft geschapen is geen kosmologische uitspraak over de werkelijkheid. Sterker nog, de christelijke scheppingsleer verwerpt precies het idee dat zulk een bewijs mogelijk zou zijn. Het idee van zulk een bewijs zou het einde van de kosmologie als wetenschap betekenen. Door de mogelijkheid van een dergelijk bewijs radicaal te ontkennen vormt de christelijke scheppingsleer net een aansporing voor wetenschappers om verder te blijven graven in het mysterie van het heelal, zelfs in datgene wat mogelijks vóór de oerknal te vinden is.

Voor een gelovig wetenschapper is God niet het eindpunt van een logische redenering, maar net omgekeerd: zijn of haar geloof in God is een beginpunt of axioma, dat aan alles voorafgaat. Zoals Guy Consolmagno, jezuïet en astronoom bij de Vaticaanse Sterrenwacht, het uitdrukt: “Mijn geloof in God komt niet voort uit iets dat ik in de wetenschap gezien heb. Maar ik kan het omkeren en zeggen: ‘Ik geloof in wetenschap wegens mijn geloof in God.’” [5]

Noten
[1] Zie A. van Biezen, Tussen geloof en wetenschap. Georges Lemaître, paus Pius XII en de oerknaltheorie, KU Leuven, 2014, te raadplegen op: http://www.scriptiebank.be/scriptie/tussen-geloof-en-wetenschap-georges-lemaitre-paus-pius-xii-en-de-oerknaltheorie
[2] A. Borde, A. Guth & A. Vilenkin, Inflationary spacetimes are not past-complete (januari 2003), http://arxiv.org/pdf/grqc/0110012.pdf (toegang oktober 2014): “Ons argument toont aan dat nul-geodeten en tijdachtige geodeten in het algemeen onvolledig naar het verleden toe zijn in inflatiemodellen, ongeacht de energietoestand, met als enige voorwaarde dat aan de gemiddelde voorwaarde van expansie Hav > 0 is voldaan langs deze naar het verleden gerichte geodeten.” (mijn vertaling)
[3] Voor een zeer gedegen uiteenzetting hiervan, zie W.L. Craig & J.D. Sinclair, ‘The Kalam Cosmological Argument’, in W.L. Craig & J.P. Moreland (eds.), The Blackwell Companion to Natural Theology, Blackwell Publishing Ltd, Oxford, 2009, p. 101-201.
[4] Om een idee te geven van de heftigheid van het debat, zie bijvoorbeeld: B. Seidensticker, Carefree Christian Dinghy Hits Immovable Rock of Reality: Thoughts on the Craig vs. Carroll Debate, http://www.patheos.com/blogs/crossexamined/2014/04/carefree-christian-dinghy-hits-immoveable-rock-of-reality-thoughts-on-the-craig-vs-carroll-debate/ (april, 2005), (toegang oktober 2014).
[5] G. Consolmagno, By Design, http://www.astrobio.net/interview/by-design/ (september, 2005), (toegang oktober 2014), mijn vertaling.

 

Over de Auteurs: Alexander van Biezen