Home » Uncategorized » Geloven in atheïsme

Geloven in atheïsme

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 5 september 2012 | 3.3 min read |

Met enige regelmaat wordt er verhit gediscussieerd over de vraag of atheïsten ‘gelovig’ zijn of niet. Enerzijds vinden veel gelovigen dat het atheïsme zelf een soort van religie (geworden) is, en dit is niet  bepaald als compliment bedoeld. Frank Furedi heeft recentelijk bijvoorbeeld beweerd dat het hedendaagse atheïsme zich schuldig maakt aan precies die dingen die het de traditionele religies verwijt. Anderzijds stellen sommige atheïsten dat het juist de gelovigen zijn die zich schuldig maken aan ‘wat je zegt ben je zelf’-spelletjes. Zo klaagt de journalist Bart Schut in een recent opiniestuk in de Volkskrant dat gelovigen bewust proberen de discussie te vervuilen door atheïstische denkbeelden ‘naar hun niveau te degraderen.’

Ik wil kort ingaan op de vraag of atheïsten nu gelovig zijn, en zo ja, in welke zin precies. De vraag of het atheïsme zelf als een soort religie bestempeld kan worden zal ik verder links laten liggen.

Geloven als ‘iets voor waar houden’

In eerste instantie lijkt de kwestie eenvoudig beslist te kunnen worden door een onderscheid te maken tussen geloven en datgene wat geloofd wordt. Van zowel de gelovige als de atheïst kunnen we zeggen dat ze geloven in de zin dat ze iets voor waar houden. Maar de inhoud van wat ze geloven is totaal verschillend. De gelovige gelooft dat de stelling ‘God bestaat’ waar is, terwijl de atheïst juist gelooft dat deze stelling onwaar is.

Het is echter maar de vraag of we hiermee recht doen aan de inzet van zowel de gelovige als de atheïst. Voor de atheïst lijkt het voornaamste punt niet simpelweg te zijn dat gelovigen iets anders voor waar houden. Nee, het gaat er met name om dat wat zij geloven geen goed fundament heeft. Zo beweert Schut in zijn opiniestukdat:

‘het atheïsme juist is gebaseerd op een volledig tegengestelde denkwijze aan die van christen, jood en of moslim. Wij baseren ons op kennis, wetenschap, feiten – zaken die gelovigen juist afwijzen als het om het bestaan van hun god(en) gaat.’

Met andere woorden: atheïsme is gefundeerd op ’ kennis, wetenschap, feiten’, en niet alleen een kwestie van geloof.

Kennis en geloof

Het onderscheid tussen kennis en geloof is al eeuwenoud. We vinden het bijvoorbeeld terug bij de Griekse filosoof Plato, die spreekt van ‘episteme’ (kennis) en ‘doxa’ (opinie). Volgens Plato kunnen we pas werkelijke kennis van iets (X) hebben, wanneer: (a) X waar is, (b) we geloven dat X waar is, en (c) we goede gronden hebben om te geloven dat X waar is.

Het lijkt me dat de atheïst zich vooral op de punten (a) en (c) wil onderscheiden van de gelovige. Het mag dan zo zijn dat zijn overtuiging dat God niet bestaat ook een geloof is, maar het is tenminste waar en goed onderbouwd – in tegenstelling tot de overtuiging dat God bestaat. Deze laatste overtuiging is slechts gebaseerd op het lezen van een enkel heilig boek, dat bol staat van zaken die pertinent niet kloppen in het licht van de hedendaagse wetenschap, of een ‘persoonlijke ervaring’, die volledig subjectief is en daarom niet als bewijs voor het bestaan van God aangevoerd kan worden.

Wetenschap en andere kenbronnen

Voor veel (maar niet alle) atheïsten is het uiteindelijk de hedendaagse wetenschap die als enige een juiste invulling kan geven aan de punten (a) en (c), en de juiste papieren heeft om te beoordelen of God wel of niet bestaat. Dit is echter precies waar de gelovige zich hartstochtelijk tegen afzet. Deze wijst er juist op dat de wetenschap bepaalde grenzen kent, en nooit gebruikt kan worden om het atheïsme van geloof in kennis te transformeren.

Zo beschouwd gaat het debat tussen de gelovige en de atheïst dus eigenlijk over de vraag wat kennis is, en welke waarde we toekennen aan bepaalde ‘kenbronnen’ en waarom. Ik denk dat een discussie hierover uiteindelijk meer zal opleveren dan het gesteggel over de vraag of atheïsten gelovig zijn of niet.

Over de Auteurs: Redactie

Home » Uncategorized » Geloven in atheïsme

Geloven in atheïsme

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 5 september 2012 | 3.3 min read |

Met enige regelmaat wordt er verhit gediscussieerd over de vraag of atheïsten ‘gelovig’ zijn of niet. Enerzijds vinden veel gelovigen dat het atheïsme zelf een soort van religie (geworden) is, en dit is niet  bepaald als compliment bedoeld. Frank Furedi heeft recentelijk bijvoorbeeld beweerd dat het hedendaagse atheïsme zich schuldig maakt aan precies die dingen die het de traditionele religies verwijt. Anderzijds stellen sommige atheïsten dat het juist de gelovigen zijn die zich schuldig maken aan ‘wat je zegt ben je zelf’-spelletjes. Zo klaagt de journalist Bart Schut in een recent opiniestuk in de Volkskrant dat gelovigen bewust proberen de discussie te vervuilen door atheïstische denkbeelden ‘naar hun niveau te degraderen.’

Ik wil kort ingaan op de vraag of atheïsten nu gelovig zijn, en zo ja, in welke zin precies. De vraag of het atheïsme zelf als een soort religie bestempeld kan worden zal ik verder links laten liggen.

Geloven als ‘iets voor waar houden’

In eerste instantie lijkt de kwestie eenvoudig beslist te kunnen worden door een onderscheid te maken tussen geloven en datgene wat geloofd wordt. Van zowel de gelovige als de atheïst kunnen we zeggen dat ze geloven in de zin dat ze iets voor waar houden. Maar de inhoud van wat ze geloven is totaal verschillend. De gelovige gelooft dat de stelling ‘God bestaat’ waar is, terwijl de atheïst juist gelooft dat deze stelling onwaar is.

Het is echter maar de vraag of we hiermee recht doen aan de inzet van zowel de gelovige als de atheïst. Voor de atheïst lijkt het voornaamste punt niet simpelweg te zijn dat gelovigen iets anders voor waar houden. Nee, het gaat er met name om dat wat zij geloven geen goed fundament heeft. Zo beweert Schut in zijn opiniestukdat:

‘het atheïsme juist is gebaseerd op een volledig tegengestelde denkwijze aan die van christen, jood en of moslim. Wij baseren ons op kennis, wetenschap, feiten – zaken die gelovigen juist afwijzen als het om het bestaan van hun god(en) gaat.’

Met andere woorden: atheïsme is gefundeerd op ’ kennis, wetenschap, feiten’, en niet alleen een kwestie van geloof.

Kennis en geloof

Het onderscheid tussen kennis en geloof is al eeuwenoud. We vinden het bijvoorbeeld terug bij de Griekse filosoof Plato, die spreekt van ‘episteme’ (kennis) en ‘doxa’ (opinie). Volgens Plato kunnen we pas werkelijke kennis van iets (X) hebben, wanneer: (a) X waar is, (b) we geloven dat X waar is, en (c) we goede gronden hebben om te geloven dat X waar is.

Het lijkt me dat de atheïst zich vooral op de punten (a) en (c) wil onderscheiden van de gelovige. Het mag dan zo zijn dat zijn overtuiging dat God niet bestaat ook een geloof is, maar het is tenminste waar en goed onderbouwd – in tegenstelling tot de overtuiging dat God bestaat. Deze laatste overtuiging is slechts gebaseerd op het lezen van een enkel heilig boek, dat bol staat van zaken die pertinent niet kloppen in het licht van de hedendaagse wetenschap, of een ‘persoonlijke ervaring’, die volledig subjectief is en daarom niet als bewijs voor het bestaan van God aangevoerd kan worden.

Wetenschap en andere kenbronnen

Voor veel (maar niet alle) atheïsten is het uiteindelijk de hedendaagse wetenschap die als enige een juiste invulling kan geven aan de punten (a) en (c), en de juiste papieren heeft om te beoordelen of God wel of niet bestaat. Dit is echter precies waar de gelovige zich hartstochtelijk tegen afzet. Deze wijst er juist op dat de wetenschap bepaalde grenzen kent, en nooit gebruikt kan worden om het atheïsme van geloof in kennis te transformeren.

Zo beschouwd gaat het debat tussen de gelovige en de atheïst dus eigenlijk over de vraag wat kennis is, en welke waarde we toekennen aan bepaalde ‘kenbronnen’ en waarom. Ik denk dat een discussie hierover uiteindelijk meer zal opleveren dan het gesteggel over de vraag of atheïsten gelovig zijn of niet.

Over de Auteurs: Redactie