Home » Opinie » Geloof in dingen die je niet ziet

Geloof in dingen die je niet ziet

By | Categorieën: Filosofie, Opinie | Gepubliceerd Op: 15 mei 2013 | 3.2 min read |

Een bekentenis: ik geloof in dingen die ik nog nooit heb gezien. Dat lijkt misschien een beetje wild, maar dat valt mee als je er even over nadenkt. Ik heb bijvoorbeeld nog nooit de tot voor kort planeet Pluto gezien, maar toch geloof ik dat hij er is. Ik heb ook nog nooit Nuda gezien, maar ook in hun bestaan geloof ik.

 

Ik denk verder dat ik niet de enige ben die gelooft in dingen die hij nog nooit heeft gezien. De meeste mensen doen het. Nog sterker: net als de meeste mensen geloof ik zelfs in dingen die geen mens ooit gezien heeft. Elektronen bijvoorbeeld. Elektromagnetische velden. De Big Bang. Ik geloof dat die dingen bestaan (of gebeurd zijn) en dat ze de eigenschappen hebben die natuurkundigen zeggen dat ze hebben.

 

Waarom geloof ik dat allemaal? In mijn geval voornamelijk omdat natuurkundigen het zeggen. Ik ga af op de consensus onder experts. Voor de meesten onder ons is dat een prima stelregel: geloof wat de experts zeggen, vooral als ze het roerend met elkaar eens zijn.

 

Een interessantere vraag is waarom die experts geloven in dingen die niemand ooit heeft gezien. En trouwens, is het niet zo dat die natuurkundigen wel degelijk elektronen zien in hun experimenten en er daarom in geloven? Hier moeten we precies analyseren. Natuurlijk zien natuurkundigen van alles en nog wat in experimenten en gebruiken ze wat ze zien om te bepalen waar ze wel en niet in geloven. Maar wat je in experimenten met elektronen — en andere onobserveerbare dingen — ziet, zijn niet de elektronen zelf, maar de sporen van hun gedrag. Als je elektronen door een nevelvat schiet dan condenseert iets van het vocht in de damp en laten ze een spoor van condensatie na, ongeveer zoals vliegtuigen strepen trekken door een heldere blauwe lucht.

 

Geloof in elektronen is dus de conclusie van een redenering en niet het resultaat van directe waarneming. Als er elektronen bestaan, zo is de gedachte, zouden ze allerlei waarneembare effecten hebben in bepaalde omstandigheden. Als je nu die omstandigheden creëert in experimenten en je neemt waar dat die effecten inderdaad optreden, dan levert het bestaan van elektronen daarvoor de beste verklaring. Zeker als je veel verschillende effecten in kaart hebt gebracht en die in verschillende experimenten allemaal bevestigd ziet. Deze redeneervorm noemen filosofen een afleiding naar de beste verklaring. Of, in het Engels, een ‘inference to the best explanation’. Ze is in de wetenschap cruciaal: door het gebruik ervan trekken wetenschappers conclusies over wat wel en niet bestaat, wat voor eigenschappen dingen hebben enzovoorts. De wetenschapsfilosoof Ernan McMullin noemde haar ooit ‘the inference that makes science’.

 

Nu krijgen gelovigen wel eens het verwijt dat ze geloven in iets dat niemand ooit heeft gezien, namelijk God. (Overigens zou je nog wel een boom kunnen opzetten over de vraag of niemand ooit God heeft gezien, maar dat wordt een andere discussie.) De suggestie is dan dat dat een beetje gênant en intellectueel onfris is. Net zoiets als geloven in een vliegende theepot.

 

Hier kan de redenering die we net bekeken hebben helpen. Ook als God zelf onobserveerbaar is, kunnen we prima redenen hebben om toch in zijn bestaan te geloven. Uit alleen het feit dat iets onobserveerbaar is, kun je niet zomaar concluderen dat het niet bestaat. God kan namelijk de beste verklaring zijn van ‘effecten’ die we wel kunnen waarnemen. Om een paar bekende voorbeelden te geven: het feit dat er iets en niet niets bestaat, de fine-tuning voor intelligent leven van het universum, natuurwetten, het bestaan van een objectieve moraal, religieuze ervaringen, en het overleven en de snelle groei van het christendom in de eerste eeuwen na Christus. Wat je verder ook kunt zeggen van vliegende theepotten, in elk geval niet dat ze de beste verklaring zouden kunnen zijn van al deze dingen.

 

Over de Auteurs: Jeroen de Ridder

Home » Opinie » Geloof in dingen die je niet ziet

Geloof in dingen die je niet ziet

By | Categorieën: Filosofie, Opinie | Gepubliceerd Op: 15 mei 2013 | 3.2 min read |

Een bekentenis: ik geloof in dingen die ik nog nooit heb gezien. Dat lijkt misschien een beetje wild, maar dat valt mee als je er even over nadenkt. Ik heb bijvoorbeeld nog nooit de tot voor kort planeet Pluto gezien, maar toch geloof ik dat hij er is. Ik heb ook nog nooit Nuda gezien, maar ook in hun bestaan geloof ik.

 

Ik denk verder dat ik niet de enige ben die gelooft in dingen die hij nog nooit heeft gezien. De meeste mensen doen het. Nog sterker: net als de meeste mensen geloof ik zelfs in dingen die geen mens ooit gezien heeft. Elektronen bijvoorbeeld. Elektromagnetische velden. De Big Bang. Ik geloof dat die dingen bestaan (of gebeurd zijn) en dat ze de eigenschappen hebben die natuurkundigen zeggen dat ze hebben.

 

Waarom geloof ik dat allemaal? In mijn geval voornamelijk omdat natuurkundigen het zeggen. Ik ga af op de consensus onder experts. Voor de meesten onder ons is dat een prima stelregel: geloof wat de experts zeggen, vooral als ze het roerend met elkaar eens zijn.

 

Een interessantere vraag is waarom die experts geloven in dingen die niemand ooit heeft gezien. En trouwens, is het niet zo dat die natuurkundigen wel degelijk elektronen zien in hun experimenten en er daarom in geloven? Hier moeten we precies analyseren. Natuurlijk zien natuurkundigen van alles en nog wat in experimenten en gebruiken ze wat ze zien om te bepalen waar ze wel en niet in geloven. Maar wat je in experimenten met elektronen — en andere onobserveerbare dingen — ziet, zijn niet de elektronen zelf, maar de sporen van hun gedrag. Als je elektronen door een nevelvat schiet dan condenseert iets van het vocht in de damp en laten ze een spoor van condensatie na, ongeveer zoals vliegtuigen strepen trekken door een heldere blauwe lucht.

 

Geloof in elektronen is dus de conclusie van een redenering en niet het resultaat van directe waarneming. Als er elektronen bestaan, zo is de gedachte, zouden ze allerlei waarneembare effecten hebben in bepaalde omstandigheden. Als je nu die omstandigheden creëert in experimenten en je neemt waar dat die effecten inderdaad optreden, dan levert het bestaan van elektronen daarvoor de beste verklaring. Zeker als je veel verschillende effecten in kaart hebt gebracht en die in verschillende experimenten allemaal bevestigd ziet. Deze redeneervorm noemen filosofen een afleiding naar de beste verklaring. Of, in het Engels, een ‘inference to the best explanation’. Ze is in de wetenschap cruciaal: door het gebruik ervan trekken wetenschappers conclusies over wat wel en niet bestaat, wat voor eigenschappen dingen hebben enzovoorts. De wetenschapsfilosoof Ernan McMullin noemde haar ooit ‘the inference that makes science’.

 

Nu krijgen gelovigen wel eens het verwijt dat ze geloven in iets dat niemand ooit heeft gezien, namelijk God. (Overigens zou je nog wel een boom kunnen opzetten over de vraag of niemand ooit God heeft gezien, maar dat wordt een andere discussie.) De suggestie is dan dat dat een beetje gênant en intellectueel onfris is. Net zoiets als geloven in een vliegende theepot.

 

Hier kan de redenering die we net bekeken hebben helpen. Ook als God zelf onobserveerbaar is, kunnen we prima redenen hebben om toch in zijn bestaan te geloven. Uit alleen het feit dat iets onobserveerbaar is, kun je niet zomaar concluderen dat het niet bestaat. God kan namelijk de beste verklaring zijn van ‘effecten’ die we wel kunnen waarnemen. Om een paar bekende voorbeelden te geven: het feit dat er iets en niet niets bestaat, de fine-tuning voor intelligent leven van het universum, natuurwetten, het bestaan van een objectieve moraal, religieuze ervaringen, en het overleven en de snelle groei van het christendom in de eerste eeuwen na Christus. Wat je verder ook kunt zeggen van vliegende theepotten, in elk geval niet dat ze de beste verklaring zouden kunnen zijn van al deze dingen.

 

Over de Auteurs: Jeroen de Ridder