Home » Dossier » Filosofie » Filosofen en sciëntisme

Filosofen en sciëntisme

By |Categorieën: Filosofie, Nieuws|Gepubliceerd Op: 29 januari 2014|1.7 min read|
Nieuws

Filosofen zouden zich sterker moeten uitspreken tegen sciëntisme, zegt biochemicus William Reville. Nee, betoogt filosoof Paul O’Grady, want dan zouden ze een ideologie verdedigen.

 

Reville schreef zijn betoog in de Irish Times. Sciëntisten verwerpen het idee dat er buiten de wetenschap om ware kennis kan worden verworven. Ze proberen de regels van de wetenschap toe te passen in gebieden waar deze manier van werken niet opgaat.

 

Volgens Reville is het probleem van de sciëntisten dat ze fundamentalistische materialisten zijn: het bovennatuurlijke kan volgens hen niet bestaan. Maar materialisme is een (nog) niet bewezen positie, stelt de emeritus hoogleraar biochemie. Die er aan toevoegt dat het wel redelijk is om materialist te zijn, alleen het valt niet uit te sluiten dat er meer is.

 

Vervolgens haalt Reville uitspraken van wetenschappers aan die de filosofie verwerpen, zoals Stephen Hawking in zijn boek Het Grote Ontwerp. Daarin verklaarde de natuurkundige de filosofie dood. Op dit soort uitspraken volgt nauwelijks protest van filosofen, merkt Reville op. Ze staan langs de zijlijn en klappen voor de wetenschap, terwijl ze zich zouden moeten inspannen om de wetenschappers op het rechte spoor te houden.

 

Enkele dagen later volgt in de Irish Times een reactie van een filosoof, Paul O’Grady. Hij legt uit dat filosofie inderdaad belangrijk is om de wetenschappers grond onder de voeten te geven, door belangrijke zaken te definiëren, argumenten te wegen en uitgangspunten vast te stellen.

 

‘De filosofie is dood’ is een boeiende uitspraak waar filosofen hun tanden in kunnen zetten. Maar de filosofie moet niet gaan ageren tegen een bepaalde positie. Door zich tegen sciëntisme te keren zouden filosofen zelf een ideologie gaan verdedigen. Trouwens, wie zou er namens ‘de filosofie’ kunnen spreken, wanneer filosofen onderling nogal eens van mening verschillen.

 

Filosofen hebben zeker niet allemaal gezwegen over sciëntisme, aldus O’Grady, die wijst op Thomas Nagel’s boek over evolutie. Er is genoeg werk te doen voor filosofen, maar het bestrijden van sciëntisme is geen hoofdtaak voor hen.

Home » Dossier » Filosofie » Filosofen en sciëntisme

Filosofen en sciëntisme

By Gepubliceerd Op: 29 januari 20141.7 min read
Nieuws

Filosofen zouden zich sterker moeten uitspreken tegen sciëntisme, zegt biochemicus William Reville. Nee, betoogt filosoof Paul O’Grady, want dan zouden ze een ideologie verdedigen.

 

Reville schreef zijn betoog in de Irish Times. Sciëntisten verwerpen het idee dat er buiten de wetenschap om ware kennis kan worden verworven. Ze proberen de regels van de wetenschap toe te passen in gebieden waar deze manier van werken niet opgaat.

 

Volgens Reville is het probleem van de sciëntisten dat ze fundamentalistische materialisten zijn: het bovennatuurlijke kan volgens hen niet bestaan. Maar materialisme is een (nog) niet bewezen positie, stelt de emeritus hoogleraar biochemie. Die er aan toevoegt dat het wel redelijk is om materialist te zijn, alleen het valt niet uit te sluiten dat er meer is.

 

Vervolgens haalt Reville uitspraken van wetenschappers aan die de filosofie verwerpen, zoals Stephen Hawking in zijn boek Het Grote Ontwerp. Daarin verklaarde de natuurkundige de filosofie dood. Op dit soort uitspraken volgt nauwelijks protest van filosofen, merkt Reville op. Ze staan langs de zijlijn en klappen voor de wetenschap, terwijl ze zich zouden moeten inspannen om de wetenschappers op het rechte spoor te houden.

 

Enkele dagen later volgt in de Irish Times een reactie van een filosoof, Paul O’Grady. Hij legt uit dat filosofie inderdaad belangrijk is om de wetenschappers grond onder de voeten te geven, door belangrijke zaken te definiëren, argumenten te wegen en uitgangspunten vast te stellen.

 

‘De filosofie is dood’ is een boeiende uitspraak waar filosofen hun tanden in kunnen zetten. Maar de filosofie moet niet gaan ageren tegen een bepaalde positie. Door zich tegen sciëntisme te keren zouden filosofen zelf een ideologie gaan verdedigen. Trouwens, wie zou er namens ‘de filosofie’ kunnen spreken, wanneer filosofen onderling nogal eens van mening verschillen.

 

Filosofen hebben zeker niet allemaal gezwegen over sciëntisme, aldus O’Grady, die wijst op Thomas Nagel’s boek over evolutie. Er is genoeg werk te doen voor filosofen, maar het bestrijden van sciëntisme is geen hoofdtaak voor hen.