Home » Opinie » Evolutie: steeds verrassend, maar niet altijd voordelig

Evolutie: steeds verrassend, maar niet altijd voordelig

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 1 maart 2012 | 3.6 min read |
Opinie

Ik houd op zijn tijd van een lekker kopje koffie. Voor veel mensen die een evolutionaire klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt, is dit reden om te denken dat de evolutietheorie voorschrijft dat er ooit een omgeving is geweest waarin ‘koffie lekker vinden’ een evolutionair voordeel had.

Hiervoor wordt dan een mooi holbewoner-verhaal verzonnen. Bijvoorbeeld: als een holbewoner vroeger wat koffiebonen at, kon hij langer wakker blijven, zodat hij minder kans had om overvallen te worden door een beer of een leeuw. Bovendien lukte het de holbewoner veel beter zijn hol uit te komen als hij eerst een paar koffiebonen snoepte, waardoor hij meer tijd overhield om te jagen en dus meer te eten had. Toen er een genvariant kwam die ervoor zorgde dat je koffie extra lekker zou vinden, werd deze daarom gelijk geselecteerd, en de koffieconsumenten wonnen het in no-time van hun concurrenten die brandnetelsoep aten: die werden stuk voor stuk opgegeten of stierven van de honger. Dankzij deze hele geschiedenis zit ik nu met dat koffiegen opgescheept en moet ik elke dag een kopje zwart goud naar binnen werken.

Adaptaties

Dit is één van de meest voorkomende misverstanden over evolutie: de gedachte dat alle eigenschappen van levende wezens adaptaties zijn, aanpassingen aan de huidige of aan een eerdere omgeving. Om de eigenschappen te verklaren wordt er vervolgens een oeromgeving bedacht en een mooi verhaal verzonnen van selectiedruk die ooit voor de huidige eigenschap heeft gezorgd.

Het probleem van dergelijke evolutieverhaaltjes is niet dat ze niet waar zouden kunnen zijn. Het probleem is dat er geen enkel bewijs voor het scenario is. Bovendien is er vanuit de huidige kennis over evolutie ook geen enkele noodzaak om voor elke willekeurige eigenschap die (deels) genetisch bepaald is een evolutionair voordeel te zoeken. Gezien de populatiegroottes en –dynamiek van de mensheid en zijn dierlijke verwanten is het namelijk duidelijk dat natuurlijke selectie niet krachtig genoeg is om te zorgen voor volledige adaptatie van al onze genetische eigenschappen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het werk van de toonaangevende evolutiebioloog Michael Lynch. In feite ontstaat zelfs veel complexiteit in ‘hogere’ organismen zoals zoogdieren juist door sporadische directionele selectie. Deze selectie speelt echter in op een groot arsenaal aan variatie dat continu wordt gegenereerd door willekeurige mutaties, ‘genetische drift’ en andere vormen van ‘neutrale evolutie’.

In de populaire literatuur komen we echter wel vaak het idee tegen dat alles een evolutionair voordeel heeft. En ook creationisten en Intelligent Design-aanhangers gaan, wanneer zij over evolutie schrijven, meestal uit van een rechtstreekse trap van beneden naar boven waarin elke volgende evolutionaire stap een rechtstreekse aanpassing moet zijn. Michael Behe maakt het in zijn bekende muizenval-analogie nog bonter: niet alleen moet elke stap in de evolutie van een muizenval-achtig systeem een aanpassing zijn die het systeem een betere muizenval maakt, maar ook moet het systeem van het begin af aan als muizenval dienen en moet elk onderdeel een vaste functie hebben gedurende het hele proces.

Creatief proces

Voor de ontwikkeling van machines is dit misschien realistisch, maar niet voor biologische systemen. Deze kunnen simpelweg niet gelijkgesteld worden aan machines, omdat de vormen en functies van de onderdelen niet voor altijd vaststaan zoals bij bijvoorbeeld schroeven en radertjes het geval is. In feite is de evolutie een veel ‘creatiever’ proces: er vindt constant neutrale én adaptieve evolutie plaats op allerlei niveaus. De vorm en fysieke eigenschappen van de onderdelen zelf veranderen; de interacties tussen de onderdelen veranderen; de functies van de onderdelen veranderen; de functies van het gehele systeem veranderen; de omgeving van het organisme verandert, die bepaalt wat de rol van het systeem is en wat de ‘eisen’ zijn die er aan gesteld worden; enzovoorts. Juist hier kan evolutie op inspelen door de ontwikkeling van nieuwe functies van bestaande onderdelen. En juist dat maakt evolutie in mijn ogen zo’n prachtig creatief proces waar zoveel schoonheid in te vinden is.

Nu heb ik nog maar één van de vele misverstanden over evolutie kort besproken, hoewel dit een veelvoorkomend misverstand is waarop allerlei argumenten en discussies zijn gebaseerd. Maar als je bedenkt hoeveel andere misverstanden er nog zijn, zou je er moe van kunnen worden. Gelukkig kan ik dan een lekker kopje koffie nemen, met of zonder een wolkje evolutionair voordeel.

Over de Auteurs: Marnix Medema

Home » Opinie » Evolutie: steeds verrassend, maar niet altijd voordelig

Evolutie: steeds verrassend, maar niet altijd voordelig

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 1 maart 2012 | 3.6 min read |
Opinie

Ik houd op zijn tijd van een lekker kopje koffie. Voor veel mensen die een evolutionaire klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt, is dit reden om te denken dat de evolutietheorie voorschrijft dat er ooit een omgeving is geweest waarin ‘koffie lekker vinden’ een evolutionair voordeel had.

Hiervoor wordt dan een mooi holbewoner-verhaal verzonnen. Bijvoorbeeld: als een holbewoner vroeger wat koffiebonen at, kon hij langer wakker blijven, zodat hij minder kans had om overvallen te worden door een beer of een leeuw. Bovendien lukte het de holbewoner veel beter zijn hol uit te komen als hij eerst een paar koffiebonen snoepte, waardoor hij meer tijd overhield om te jagen en dus meer te eten had. Toen er een genvariant kwam die ervoor zorgde dat je koffie extra lekker zou vinden, werd deze daarom gelijk geselecteerd, en de koffieconsumenten wonnen het in no-time van hun concurrenten die brandnetelsoep aten: die werden stuk voor stuk opgegeten of stierven van de honger. Dankzij deze hele geschiedenis zit ik nu met dat koffiegen opgescheept en moet ik elke dag een kopje zwart goud naar binnen werken.

Adaptaties

Dit is één van de meest voorkomende misverstanden over evolutie: de gedachte dat alle eigenschappen van levende wezens adaptaties zijn, aanpassingen aan de huidige of aan een eerdere omgeving. Om de eigenschappen te verklaren wordt er vervolgens een oeromgeving bedacht en een mooi verhaal verzonnen van selectiedruk die ooit voor de huidige eigenschap heeft gezorgd.

Het probleem van dergelijke evolutieverhaaltjes is niet dat ze niet waar zouden kunnen zijn. Het probleem is dat er geen enkel bewijs voor het scenario is. Bovendien is er vanuit de huidige kennis over evolutie ook geen enkele noodzaak om voor elke willekeurige eigenschap die (deels) genetisch bepaald is een evolutionair voordeel te zoeken. Gezien de populatiegroottes en –dynamiek van de mensheid en zijn dierlijke verwanten is het namelijk duidelijk dat natuurlijke selectie niet krachtig genoeg is om te zorgen voor volledige adaptatie van al onze genetische eigenschappen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het werk van de toonaangevende evolutiebioloog Michael Lynch. In feite ontstaat zelfs veel complexiteit in ‘hogere’ organismen zoals zoogdieren juist door sporadische directionele selectie. Deze selectie speelt echter in op een groot arsenaal aan variatie dat continu wordt gegenereerd door willekeurige mutaties, ‘genetische drift’ en andere vormen van ‘neutrale evolutie’.

In de populaire literatuur komen we echter wel vaak het idee tegen dat alles een evolutionair voordeel heeft. En ook creationisten en Intelligent Design-aanhangers gaan, wanneer zij over evolutie schrijven, meestal uit van een rechtstreekse trap van beneden naar boven waarin elke volgende evolutionaire stap een rechtstreekse aanpassing moet zijn. Michael Behe maakt het in zijn bekende muizenval-analogie nog bonter: niet alleen moet elke stap in de evolutie van een muizenval-achtig systeem een aanpassing zijn die het systeem een betere muizenval maakt, maar ook moet het systeem van het begin af aan als muizenval dienen en moet elk onderdeel een vaste functie hebben gedurende het hele proces.

Creatief proces

Voor de ontwikkeling van machines is dit misschien realistisch, maar niet voor biologische systemen. Deze kunnen simpelweg niet gelijkgesteld worden aan machines, omdat de vormen en functies van de onderdelen niet voor altijd vaststaan zoals bij bijvoorbeeld schroeven en radertjes het geval is. In feite is de evolutie een veel ‘creatiever’ proces: er vindt constant neutrale én adaptieve evolutie plaats op allerlei niveaus. De vorm en fysieke eigenschappen van de onderdelen zelf veranderen; de interacties tussen de onderdelen veranderen; de functies van de onderdelen veranderen; de functies van het gehele systeem veranderen; de omgeving van het organisme verandert, die bepaalt wat de rol van het systeem is en wat de ‘eisen’ zijn die er aan gesteld worden; enzovoorts. Juist hier kan evolutie op inspelen door de ontwikkeling van nieuwe functies van bestaande onderdelen. En juist dat maakt evolutie in mijn ogen zo’n prachtig creatief proces waar zoveel schoonheid in te vinden is.

Nu heb ik nog maar één van de vele misverstanden over evolutie kort besproken, hoewel dit een veelvoorkomend misverstand is waarop allerlei argumenten en discussies zijn gebaseerd. Maar als je bedenkt hoeveel andere misverstanden er nog zijn, zou je er moe van kunnen worden. Gelukkig kan ik dan een lekker kopje koffie nemen, met of zonder een wolkje evolutionair voordeel.

Over de Auteurs: Marnix Medema