Home » Opinie » Dinonieuws is onwetenschappelijk

Dinonieuws is onwetenschappelijk

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 1 november 2012 | 3.3 min read |

Nieuws over fossiele vondsten van dinosauriërs spreekt altijd tot de verbeelding. Helaas ís een groot deel van de berichtgeving rondom evolutiebiologie en paleontologie ook verbeelding. Journalisten zouden zorgvuldiger moeten formuleren.

Een treffend voorbeeld is te vinden in het wetenschapskatern van de Volkskrant van vrijdag 26 oktober. In het artikel “Eerste veren waren om mee te pronken” wordt door middel van een verhalende stijl wetenschapsnieuws vermengd met taal die een religieus of levensbeschouwelijk karakter heeft. Het gaat mij niet om doelgerichte kritiek op dit ene artikel of op de Volkskrant – dat is al jaren mijn krant, waar ik veel leesvreugde aan ontleen -, maar ik gebruik het als illustratie van mijn punt.

Wat zijn de feiten? Daarvoor ben ik gegaan naar het originele artikel in Science van 26 oktober.

Onderzoek

Dit artikel gaat over nauwkeurig onderzoek van in Canada gevonden fossielen van de Ornithomimus. Het betreft een deel van een skelet van een jong beest, waarschijnlijk jonger dan 1 jaar, en een incompleet skelet van een volwassen beest. Strepen van koolstofsporen op de fossielen suggereren de mogelijkheid dat beide beesten een verendek hebben gehad. Maar alleen het volwassen exemplaar heeft veren aan zijn voorpoten, zoals wij die kennen bij vogels. Dit kan erop duiden dat veren in deze soort pas op latere leeftijd ontstaan. Als dat zo is, worden de veren dus niet gebruikt voor vliegen of voor het vangen van prooi – dat moet je ook als jong beest namelijk al kunnen om te overleven. De vleugelachtige veren bij volwassen exemplaren zouden mogelijk wel een rol kunnen hebben bij het paren.

De wetenschappers in Science formuleren zorgvuldig: “hoewel er grote gaten in het fossiele archief zitten…”, “gevederde dino’s waren tot nu toe slechts op één plek gevonden”, “de markeringen komen overeen met de vorm van veerpennen”, “dit kan erop duiden dat …”, “het is mogelijk dat…”. Een belangrijke conclusie uit het artikel is bovendien: als jonge exemplaren er anders uitzien dan volwassen exemplaren, dan maakt dat de evolutionaire geschiedenis van veren en vleugels zoals die tot nu toe gereconstrueerd was, extra ingewikkeld.

Groter verhaal

Wat schrijft de Volkskrant? “Eerste veren waren om mee te pronken”, “de vleugels van vogels vinden hun oorsprong in pronkende dinosauriërs”, “deze dinosauriër bewijst het: veren waren er oorspronkelijk voor de seks.” “… dat veren en vleugels zijn ontstaan om te imponeren”, “weer een aanwijzing dat de eerste veren bedoeld waren voor uiterlijk vertoon”. Met woorden zoals oorsprong, oorspronkelijk, ontstaan om… , waren om…, bedoeld voor… vermengt de journalist de wetenschappelijke feiten onbewust met een groter verhaal. De woordkeuze suggereert dat evolutie een doel heeft, dat eigenschappen ontstaan met een reden, dat mutaties plaatsvinden met een reden. De kérn van evolutie als wetenschappelijk proces is juist dat door toevallige mutaties sommige exemplaren beter toegerust zijn om zich voort te planten dan andere. Waardoor sommige de gelegenheid zullen hebben zich voort te planten en andere niet. Er is geen doel, geen reden, geen zingevende lijn te ontdekken in dit eenmalige experiment in de wereldgeschiedenis.

Geloof en wetenschap

Als natuurkundige zou ik het niet in mijn hoofd halen om op te schrijven: het elektrisch dipoolmoment is bedoeld om gevoeligheid voor een magnetisch veld op te wekken. Of: de reden van radioactiviteit is dat massa kan worden omgezet in energie. Of: de aarde is ontstaan om leven mogelijk te maken. Sterker nog, als ik als natuurkundige dit zou opschrijven, zou ik beticht worden van het ongeoorloofd mengen van geloof en wetenschap. En terecht!

Om een onduidelijke reden zie ik de neiging tot onzorgvuldig formuleren in de wetenschapsjournalistiek vooral bij artikelen over evolutiebiologie en paleontologie. Ik kan dat niet anders verklaren dan dat journalisten onbewust een wereldbeeld, een levensbeschouwing integreren in hun schrijfstijl. Iets waar juist wetenschapsjournalisten extra alert op zouden moeten zijn.

En oh ja, vergeet als journalist alsjeblieft niet telkens weer te vermelden dat dat prachtige schilderij bij een artikel een artistieke impressie is. In Science staat het keurig vermeld.

Over de Auteurs: Eppo Bruins

Home » Opinie » Dinonieuws is onwetenschappelijk

Dinonieuws is onwetenschappelijk

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 1 november 2012 | 3.3 min read |

Nieuws over fossiele vondsten van dinosauriërs spreekt altijd tot de verbeelding. Helaas ís een groot deel van de berichtgeving rondom evolutiebiologie en paleontologie ook verbeelding. Journalisten zouden zorgvuldiger moeten formuleren.

Een treffend voorbeeld is te vinden in het wetenschapskatern van de Volkskrant van vrijdag 26 oktober. In het artikel “Eerste veren waren om mee te pronken” wordt door middel van een verhalende stijl wetenschapsnieuws vermengd met taal die een religieus of levensbeschouwelijk karakter heeft. Het gaat mij niet om doelgerichte kritiek op dit ene artikel of op de Volkskrant – dat is al jaren mijn krant, waar ik veel leesvreugde aan ontleen -, maar ik gebruik het als illustratie van mijn punt.

Wat zijn de feiten? Daarvoor ben ik gegaan naar het originele artikel in Science van 26 oktober.

Onderzoek

Dit artikel gaat over nauwkeurig onderzoek van in Canada gevonden fossielen van de Ornithomimus. Het betreft een deel van een skelet van een jong beest, waarschijnlijk jonger dan 1 jaar, en een incompleet skelet van een volwassen beest. Strepen van koolstofsporen op de fossielen suggereren de mogelijkheid dat beide beesten een verendek hebben gehad. Maar alleen het volwassen exemplaar heeft veren aan zijn voorpoten, zoals wij die kennen bij vogels. Dit kan erop duiden dat veren in deze soort pas op latere leeftijd ontstaan. Als dat zo is, worden de veren dus niet gebruikt voor vliegen of voor het vangen van prooi – dat moet je ook als jong beest namelijk al kunnen om te overleven. De vleugelachtige veren bij volwassen exemplaren zouden mogelijk wel een rol kunnen hebben bij het paren.

De wetenschappers in Science formuleren zorgvuldig: “hoewel er grote gaten in het fossiele archief zitten…”, “gevederde dino’s waren tot nu toe slechts op één plek gevonden”, “de markeringen komen overeen met de vorm van veerpennen”, “dit kan erop duiden dat …”, “het is mogelijk dat…”. Een belangrijke conclusie uit het artikel is bovendien: als jonge exemplaren er anders uitzien dan volwassen exemplaren, dan maakt dat de evolutionaire geschiedenis van veren en vleugels zoals die tot nu toe gereconstrueerd was, extra ingewikkeld.

Groter verhaal

Wat schrijft de Volkskrant? “Eerste veren waren om mee te pronken”, “de vleugels van vogels vinden hun oorsprong in pronkende dinosauriërs”, “deze dinosauriër bewijst het: veren waren er oorspronkelijk voor de seks.” “… dat veren en vleugels zijn ontstaan om te imponeren”, “weer een aanwijzing dat de eerste veren bedoeld waren voor uiterlijk vertoon”. Met woorden zoals oorsprong, oorspronkelijk, ontstaan om… , waren om…, bedoeld voor… vermengt de journalist de wetenschappelijke feiten onbewust met een groter verhaal. De woordkeuze suggereert dat evolutie een doel heeft, dat eigenschappen ontstaan met een reden, dat mutaties plaatsvinden met een reden. De kérn van evolutie als wetenschappelijk proces is juist dat door toevallige mutaties sommige exemplaren beter toegerust zijn om zich voort te planten dan andere. Waardoor sommige de gelegenheid zullen hebben zich voort te planten en andere niet. Er is geen doel, geen reden, geen zingevende lijn te ontdekken in dit eenmalige experiment in de wereldgeschiedenis.

Geloof en wetenschap

Als natuurkundige zou ik het niet in mijn hoofd halen om op te schrijven: het elektrisch dipoolmoment is bedoeld om gevoeligheid voor een magnetisch veld op te wekken. Of: de reden van radioactiviteit is dat massa kan worden omgezet in energie. Of: de aarde is ontstaan om leven mogelijk te maken. Sterker nog, als ik als natuurkundige dit zou opschrijven, zou ik beticht worden van het ongeoorloofd mengen van geloof en wetenschap. En terecht!

Om een onduidelijke reden zie ik de neiging tot onzorgvuldig formuleren in de wetenschapsjournalistiek vooral bij artikelen over evolutiebiologie en paleontologie. Ik kan dat niet anders verklaren dan dat journalisten onbewust een wereldbeeld, een levensbeschouwing integreren in hun schrijfstijl. Iets waar juist wetenschapsjournalisten extra alert op zouden moeten zijn.

En oh ja, vergeet als journalist alsjeblieft niet telkens weer te vermelden dat dat prachtige schilderij bij een artikel een artistieke impressie is. In Science staat het keurig vermeld.

Over de Auteurs: Eppo Bruins