11 maart 2022 / 

De rijke kosmologische kennis uit de oudheid

Vroeger dachten mensen dat de aarde plat was, of dat de zon in een wagen door de hemel werd getrokken. Dit soort ideeën hoor je vaak, maar wetenschapsjournalist Susan Bell legt uit dat er in de oudheid toch ook heel wat kennis over de kosmos was.

Zij begint haar verhaal met het Antikythera-mechanisme, een object dat een eeuw geleden uit een Romeins wrak werd opgedoken voor de kust van het Griekse eilandje Antikythera en vermoedelijk een soort draagbaar planetarium was. De vele tandwielen waren vermoedelijk te gebruiken als een soort analoge computer die samenstanden van de planeten kon voorspellen. Het object is zeker tweeduizend jaar oud.

Koe

Dit mechanisme bouwt voort op kennis van de Babyloniërs, de eerste echte sterrenkundigen, die generaties lang de stand van de sterren bijhielden op kleitabletten. Ze maakten met deze kennis kalenders die ze konden gebruiken in de landbouw en voor het vieren van religieuze feesten. Ook waren ze in staat verduisteringen te voorspellen.

Toch was hun kosmologie bepaald niet modern. Net als de Egyptenaren en Joden meenden ze dat de aarde plat was, omringd door een zee met daarboven een koepel. Onderling waren er wel verschillen, volgens de Egyptenaren was de koepel meer doosvormig, of had de vorm van een koe (met een poot op de vier hoeken van de aarde).

Heliocentrisch model

De Grieken gingen hier in mee, maar zij realiseerden zich uiteindelijk dat de aarde een bol was, die ruim 200 jaar voor Christus door Eratosthenes werd opgemeten: 250.000 stadiën in omtrek – een waarde die, afhankelijk van de lengte van de stadiën die hij heeft gehanteerd, nauwkeurig was op 1 tot 17 procent. Eerder was zijn landgenoot Aristarchus van Samos al gekomen met een heliocentrisch model voor de kosmos. Dat werd echter onder invloed van Aristoteles en later Ptolemaeus vervangen door een geocentrisch model.

De kennis die leidde tot het Antikythera-mechanisme kon gebruikt worden om de beweging van de sterren te ontmythologiseren: als je een maansverduistering kon voorspellen, was het een stuk minder bedreigend. Bell beschrijft hoe voor de slag bij Pydna tussen de Romeinen en de Macedoniërs de maan verduisterd werd. Beide legers zagen hierin een slecht voorteken, maar een Romeinse officier met astronomische kennis legde uit dat het een natuurlijk fenomeen was en stelde zo de soldaten gerust. De Romeinen wonnen de veldslag.

Stonehenge

Ook buiten Europa was er al vroeg kennis over de kosmos. De Polynesiërs leerden te navigeren op de sterren. De Maya’s hielden kalenders bij, waarmee wetenschappers in 1991 een zonsverduistering tot op een dag nauwkeurig wisten te voorspellen – 800 jaar nadat de kalender was opgesteld. Verder diende de kalender om het jaar te ordenen.

Vermoedelijk hadden bouwwerken als Stonehenge en andere neolithische bouwwerken een vergelijkbare rol. Het waren geen observatoria, maar plekken waar de mens zijn leven kon verbinden met de kosmos, door er het ritme van de jaren en seizoenen te volgen.

Moderne sterrenkunde

Natuurlijk was de achtergrond van de kosmologie uit de oudheid totaal anders dan die van de moderne sterrenkunde. Maar daarmee was ze nog niet ‘fout’. De metaforen verschillen, maar ook de metaforen van de moderne sterrenkunde kunnen zich wijzigen. Bell citeert aan het slot van haar artikel een hoogleraar religiewetenschappen aan de University of Southern California, Cavan Concannon. ‘Het is geen vraag van goed of fout’, stelt hij. ‘De ouden bezagen het universum op een manier die voor hen zinvol was en ze leefden hun levens binnen die context. Ik denk dat wij dat nog net zo doen.’

Bron: Phys.org, How did ancient civilizations make sense of the cosmos, and what did they get right?
Illustratie: digitale reconstructie van het Antikythera-mechanisme, door het UCL Antikythera Research Team, Tony Freeth.