Home » Nieuws » De menselijke factor in een natuurramp

De menselijke factor in een natuurramp

By |Categorieën: Nieuws|Gepubliceerd Op: 12 februari 2013|1.8 min read|
Nieuws

Ruim drie jaar geleden maakte een aardbeving op Haïti ruim 220.000 slachtoffers. Maar was dit een natuurramp, of hadden mensen ook een verantwoordelijkheid?

 

Die vraag stellen Roger Abbott en Bob White in een artikel dat onlangs verscheen in het tijdschrift Ethics in Brief (Vol 18, no 3). Een ingekorte versie van het artikel is onlangs gepubliceerd op de website van het Faraday Institute for Science and Religion, waarvan White (een geoloog) de directeur is.

Haïti ligt in een aardbevingszone. Dat er een grote beving kon plaatsvinden was bekend, de stad Port-au-Prince is de afgelopen eeuwen al een paar keer plat gegaan. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld Tokyo wordt er in Port-au-Prince niet aardbevingsbestendig gebouwd. Daarnaast wijzen Abbott en White er op dat Haïti door twee eeuwen wanbestuur en buitenlandse tegenwerking een zeer slechte infrastructuur heeft. Dat maakte het aantal slachtoffers – ook de indirecte slachtoffers door bijvoorbeeld cholera – groter.

De auteurs stellen dat de scheiding tussen een ‘natuurramp’ en een ‘door mensen veroorzaakte ramp’ niet zo zwart-wit is. De realisatie dat de menselijke factor bij natuurrampen groot kan zijn, heeft gevolgen voor de manier waarop landen zich voorbereiden en de manier waarop ze reageren. Het is immers niet zomaar een noodlot wat het land trof, het is deels een door mensen veroorzaakt noodlot.

De twee auteurs gaan ook in op de theologische kant van de ramp. Aardbevingen zijn een onderdeel van de schepping – een voor mensen gevaarlijk onderdeel. Dankzij de wetmatigheden die schepping kenmerken, kunnen we weten en begrijpen hoe een aardbeving werkt. En de opdracht de aarde te ‘onderwerpen’ in Genesis 1:28 is te lezen als een opdracht om ons voor te bereiden op dit soort natuurgeweld.

Het stuk eindigt met het uitspreken van de hoop dat de aardbeving van 2010 de bewoners van Haïti ertoe zal aansporen een beter Haïti te bouwen. En donoren moeten hun hulp afstemmen op de behoeften van het land, niet op hun eigen behoeften. De kerken zouden ten slotte moeten aandringen op een morele en ethische herbezinning, te beginnen bij henzelf. Dat zou dan als zuurdesem door de samenleving moeten trekken.

Home » Nieuws » De menselijke factor in een natuurramp

De menselijke factor in een natuurramp

By Gepubliceerd Op: 12 februari 20131.8 min read
Nieuws

Ruim drie jaar geleden maakte een aardbeving op Haïti ruim 220.000 slachtoffers. Maar was dit een natuurramp, of hadden mensen ook een verantwoordelijkheid?

 

Die vraag stellen Roger Abbott en Bob White in een artikel dat onlangs verscheen in het tijdschrift Ethics in Brief (Vol 18, no 3). Een ingekorte versie van het artikel is onlangs gepubliceerd op de website van het Faraday Institute for Science and Religion, waarvan White (een geoloog) de directeur is.

Haïti ligt in een aardbevingszone. Dat er een grote beving kon plaatsvinden was bekend, de stad Port-au-Prince is de afgelopen eeuwen al een paar keer plat gegaan. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld Tokyo wordt er in Port-au-Prince niet aardbevingsbestendig gebouwd. Daarnaast wijzen Abbott en White er op dat Haïti door twee eeuwen wanbestuur en buitenlandse tegenwerking een zeer slechte infrastructuur heeft. Dat maakte het aantal slachtoffers – ook de indirecte slachtoffers door bijvoorbeeld cholera – groter.

De auteurs stellen dat de scheiding tussen een ‘natuurramp’ en een ‘door mensen veroorzaakte ramp’ niet zo zwart-wit is. De realisatie dat de menselijke factor bij natuurrampen groot kan zijn, heeft gevolgen voor de manier waarop landen zich voorbereiden en de manier waarop ze reageren. Het is immers niet zomaar een noodlot wat het land trof, het is deels een door mensen veroorzaakt noodlot.

De twee auteurs gaan ook in op de theologische kant van de ramp. Aardbevingen zijn een onderdeel van de schepping – een voor mensen gevaarlijk onderdeel. Dankzij de wetmatigheden die schepping kenmerken, kunnen we weten en begrijpen hoe een aardbeving werkt. En de opdracht de aarde te ‘onderwerpen’ in Genesis 1:28 is te lezen als een opdracht om ons voor te bereiden op dit soort natuurgeweld.

Het stuk eindigt met het uitspreken van de hoop dat de aardbeving van 2010 de bewoners van Haïti ertoe zal aansporen een beter Haïti te bouwen. En donoren moeten hun hulp afstemmen op de behoeften van het land, niet op hun eigen behoeften. De kerken zouden ten slotte moeten aandringen op een morele en ethische herbezinning, te beginnen bij henzelf. Dat zou dan als zuurdesem door de samenleving moeten trekken.