De existentiële vragen van Gen Z

Generatie Z lijkt de eerste generatie in tijden te zijn die het niet beter heeft dan de vorige. Misschien dat deze generatie juist daarom op zoek gaat naar datgene wat het leven echt waard maakt om te leven – en bijvoorbeeld bij het christendom uitkomt. Maar een aanzienlijk deel van Gen Z worstelt ook met mentale gezondheid. Student geneeskunde, filosofie en theologie Othniël de Jong analyseert zijn generatie aan de hand van het boek Contexts of Suffering van filosoof Kevin Aho.
Het is woensdagochtend, tien voor twaalf. Je wordt wakker met hoofdpijn en ontdekt dat je door je wekker heen bent geslapen. Alweer een ochtendcollege gemist! Niet verrassend, want de borrel gisteravond duurde zoals gebruikelijk langer dan van tevoren bedacht. Je start dan maar je Spotify playlist, en bovenaan staat Mansion van rapper NF.
Insidious is blind inception
What’s reality with all these questions?
What’s reality with all these questions?
Feels like I missed my alarm and slept in (slept in)
Broken legs, but I chase perfection
These walls are my blank expression
My mind is a home I’m trapped in
And it’s lonely inside this mansion
(…)
This room’s full of regrets, just keeps getting fuller, it seems
The moment I walk into it is the same moment that I wanna leave
I get sick to my stomach every time I look at these things
But it’s hard to look past when this is the room where I sleep
Spijt, twijfel, zelfverwijt en een toekomst met donderwolken. Misschien herken jij je wel in deze denkbeeldige student, die momenten waarop existentiële vragen in je opkomen. Je hele studie is gericht op het najagen van een goede carrière. Maar misschien is het leven niet zo maakbaar en kan opeens alles instorten. En wie ben je dan eigenlijk nog? Wat zijn de gekoesterde ervaringen, zoals vakanties, festivals of feestjes, nog waard? Ze lijken oppervlakkig en leeg. En dan is er nog het nieuws dat niet bepaald een positieve houding stimuleert. Misschien maak jij je hierover ook zorgen. Het onrecht in de wereld, de oplopende geopolitieke spanningen en de – door de politiek onderbelichte – grote gevolgen van klimaatverandering maken je pessimistisch.
Therapie, zelfhulp of pillen?
Al een hele tijd verwacht iedere generatie het beter te hebben dan de vorige. Maar het lijkt erop dat Gen Z die beloftes van geluk, welvaart en optimisme wil doorprikken en op zoek gaat naar datgene wat het leven echt waard maakt om te leven. Dat levert existentiële vragen op. Misschien dat de opleving van religie onder Gen Z daar dan een logische consequentie van is. Tegelijkertijd hebben deze vragen ook gevolgen voor de mentale gezondheid. Het leven wordt er namelijk niet gemakkelijker van!
Hoe ga je daarmee om? Therapie, zelfhulp of pillen? Volgens de Amerikaanse filosoof Kevin Aho is de hulp bij mentale problemen te veel gemedicaliseerd. Volgens hem dreigen we de persoon achter de mentale problemen uit het oog te verliezen. Zijn kritiek creëert uiteindelijk ruimte om de mentale gezondheidscrisis ook vanuit een spiritueel en gelovig perspectief te benaderen. Zou geloof een vorm van therapie kunnen zijn, of als bron van existentiële gevoelens en van heroriëntatie kunnen fungeren?
Overmedicalisatie

In zijn boek Contexts of Suffering bekritiseert Aho de manier waarop binnen de psychiatrie de gevolgen die existentiële vragen kunnen hebben voor je mentale welzijn worden gezien als een ziekte, iets dat verholpen moet worden, al dan niet via medicatie. Aho heeft geen probleem met het gebruik van medicatie in de psychiatrie, maar wil hulpverleners laten nadenken over de grenzen en gevolgen daarvan. Zo’n biochemische benadering stuit volgens Aho op drie problemen. Allereerst is deze gebaseerd op de aanname dat subjectieve ervaringen veroorzaakt worden door vurende neuronen. Maar, stelt Aho, een correlatie tussen de activiteit van neuronen en onze gevoelens is niet gelijk aan oorzakelijkheid.
Ten tweede verlies je met een puur biochemische benadering de context van de mentale klachten, een medisch label geeft geen antwoord op de existentiële vragen. Ten slotte stelt Aho dat het belangrijk is om kritisch te zijn op de banden tussen de farmaceutische industrie en de makers van het diagnostisch en statistisch handboek van psychiatrische aandoeningen, de DSM. Aho pleit dan ook voor een meer meevoelende psychiatrie die begrip heeft voor de ervaringen van patiënten.
Een voorbeeld hiervan is de rouw bij het verlies van een dierbare. Medische handboeken adviseren bij iemand die na zes maanden nog steeds ernstige rouw ervaart te overwegen om antidepressiva voor te schrijven. Maar is rouw na zes maanden altijd een ‘aandoening’, of is het voor sommige personen een natuurlijk tempo om rouw te verwerken? En een lang rouwproces is vanuit economisch oogpunt schadelijk, en dan kan het behandelen ongemerkt de voorkeur hebben.
Geloof als medicijn?
Als we Aho volgen in zijn argumentatie dat een puur biochemische benadering geen recht doet aan de onderliggende vragen, zou religie dan iets kunnen bieden aan de uitdagingen van Gen Z? Geloof in God is in ieder geval geen oplossing voor alle existentiële vragen, geen wondermedicijn! Sterker nog, geloof kan soms existentiële vragen nog intenser maken. Zelfs de troost die je kunt putten uit het geloof dat alles hersteld zal worden neemt niet alle pijn en vragen weg. Want waarom laat God toe wat er gebeurt op plekken als Soedan, Iran, Gaza en Jemen?
In die zin maakt geloof in God het leven niet gemakkelijker, en dat is iets wat de christelijke rapper NF goed weet te vertalen in zijn muziek. Zijn leven is getekend door pijn, waarbij hij vastzit in zijn hoofd als een ruimte ‘full of regrets’. Hij schaamt zich dan ook niet om in zijn muziek toe te geven dat hij therapie nodig heeft. Degenen die bekend zijn met NF zullen herkennen dat dit de christelijke vergezichten in zijn muziek niet afzwakt, maar juist versterkt. Daardoor kan de muziek van een NF voor Gen Z een goede opening zijn voor een gesprek over existentiële pijn.
Diepere vragen
Maar er kleven wel risico’s aan geloof als therapie. Zo kan geloof zélf als iets puurs instrumenteels worden gezien. Geloof moet niet alleen een manier zijn om je goed te voelen; je leert door het geloof te voelen wat goed is om te doen. Geloof kan een transformerende werking hebben op je leven, waarbij onbeantwoorde vragen zorgen voor een heroriëntatie op je leven. Wil ik mijn leven echt dit type werk najagen, mij laten leiden door fomo of geleefd worden door overconsumptie? Geloof dat existentieel geladen is trekt ons naar iets wat onze eigen levens overstijgt, naar datgene wat er echt toe doet en zelfs kan leiden tot vreugde in de pijn.
Ten slotte kan het geloof ook nog van dienst zijn voor de psychiatrie, doordat het in lijn met Aho’s kritiek op de biochemische benadering diepere vragen stelt: Wat is nu de mens? Hoe beïnvloedt het mensbeeld de manier waarop een psychiater patiënten benadert? De christelijke overtuiging stelt dat de mens geschapen is naar Gods beeld (imago Dei), en dit geeft een veel rijker mensbeeld dan een reductionistisch biochemisch model. Geloof dat ruimte biedt aan existentiële vragen kan dus als wekker fungeren voor wie zich verslaapt in opgevulde leegtes. Het is dus ook aan Generatie Z om mensen te wekken, en hen te vragen wat er nu echt toe doet in dit leven.
Tekst: Othniël de Jong



