Home » Opinie » De epigenetica van de vraag naar God

De epigenetica van de vraag naar God

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 1 oktober 2015 | 4.6 min read |

Na het afronden van het menselijkgenoomproject is de Systeembiologie in opkomst. De Systeembiologie onderzoekt hoe de bouwstenen van het organisme samenkomen tot een dynamisch geheel. Dynamische terugkoppelingen en voorwaartskoppelingen, zoals de epigenetica, zijn hierbij van levensbelang. De nieuwe inzichten zijn op analoge wijze toepasbaar op de relatie tussen de menselijke persoon en de samenleving en op de manier waarop mensen de vraag naar God beantwoorden.

In 2003 kondigde president Clinton de voltooiing van het menselijkgenoomproject aan. Clinton benadrukte in zijn toespraak dat toen Galileo ontdekte dat hij wiskunde en mechanica kon gebruiken om het universum te beschrijven, hij de taal dacht te hebben geleerd waarmee God het universum schiep. Dankzij het menselijkgenoomproject leren we de taal kennen waarmee God het leven schiep, aldus de president.
Over deze stelling heeft Francis Collins een mooi boek geschreven. Clinton sprak ook de hoop uit dat vele complexe ziekten nu snel verleden tijd zullen zijn. Mooie woorden, maar zo ver zijn we nog niet.

Dynamische samenwerking

Na het menselijkgenoomproject rees de vraag hoe de genetische informatie gebruikt wordt om het menselijk lichaam te laten werken. Het blijkt dat genen samenwerken en dat de cel direct invloed uitoefent op de manier waarop genen worden gebruikt, door middel van een terugkoppelingsmechanisme genaamd epigenetica.

Epigenetica is een reeks biochemische signalen die aan het DNA vastzit en ervoor zorgt dat een bepaald gen wordt ‘geactiveerd’ of ‘gedeactiveerd’. Een klein voorbeeld gerelateerd aan mijn promotieonderzoek: als een levercel te weinig cholesterol heeft, wordt via een signaal naar de genen geregeld dat er meer eiwit wordt geproduceerd dat cholesterol uit het bloed opneemt. Zo zien we dat genen niet de ‘dictator’ zijn van de cel, maar eerder een ‘database’ die de cel gebruikt wanneer het nodig is (zie: The Music of Life).

Mens en samenleving

Zegt dit alles iets over de relatie tussen mens en maatschappij? Niet direct, maar wel op analoge wijze. We kunnen het genoom van de cel vergelijken met de talenten die mensen hebben. Mensen kunnen hun talenten ‘activeren’ of ‘deactiveren’, en vaak speelt het beeld dat de mens van zichzelf heeft daarbij een rol; net als de cholesterolconcentratie in de cel een invloed heeft op het (de)activeren van het genoom. En zoals de cel cholesterol uit het bloed opneemt, heeft de omgeving invloed op hoe actief menselijke talenten zijn.

Een voorbeeld van deze dynamische relatie tussen mens en maatschappij is te zien in de situatie van Polen onder het communisme. Het land was ondergedompeld in angst voor represailles en de leugen dat iedereen het eens was met het communisme. Als de persoon zich niet actief verzette, uiterlijk of tenminste innerlijk, dan werd diens talent voor dapperheid en waarheid door de maatschappij ‘gedeactiveerd’.
Spaanse filosoof Leonardo Polo merkt op in zijn Antropología de la Acción Directiva (Antropologie van het bestuurswerk) dat overal waar de maatschappij de mens een leugen over zichzelf laat geloven, die leugen “waar” wordt in het leven van mensen. Dit komt doordat bepaalde talenten ‘gedeactiveerd’ worden, en mensen zo aan een reductionistische mensvisie gaan voldoen. Mensen die exclusief gaan leven als werker, consument, of natuurwetenschapper ‘deactiveren’ hun talent om méér te zijn, door niet naar méér te streven. Zo wordt hun hele leven eigenlijk een leugen, omdat de mens wel tot méér in staat is.

Mens en maatschappij beïnvloeden elkaar ook positief. Een goede kerkgemeenschap, maar ook een goed bedrijf, geven mensen een richting, een doel en waarden mee. Tegelijk geven ze mensen ook vrijheid om zichzelf binnen die kaders te ontwikkelen; ze werken ‘activerend’. Zulke gemeenschappen hebben terug- en voorwaartskoppelingen die mensen in die ontwikkeling kunnen stimuleren en bijsturen. Hier is de maatschappij geen belemmering, maar juist een bekrachtiging van de persoon, net zoals het bloed het leven van een cel mogelijk maakt.

De vraag naar God

Heeft het activeren en deactiveren van menselijke talenten invloed op de vraag naar het bestaan van God? Ik denk het wel. Zoals ik in het korte boekje ‘Can I, a Scientific Student, Believe?’ probeer uit te leggen, heeft het geloof zowel een serieuze, intellectuele kant als een persoonlijke kant. Om tot een integer antwoord op de vraag naar Gods bestaan te komen, moet de student ‘binnengaan in het experiment’.
Het vereist een onbevooroordeelde houding van openheid naar de realiteit, die we bijvoorbeeld kunnen herkennen in Socrates, die zich nooit tevreden stelde met gedeeltelijke antwoorden. Iemand die zichzelf exclusief ziet als natuurwetenschapper en alleen natuurwetenschappelijk bewijs accepteert, ‘deactiveert’ daarmee andere talenten in zichzelf, die nodig zijn om over de vraag van Gods bestaan serieus na te denken.

Dat serieus denken over deze thematiek wel degelijk mogelijk is, blijkt bijvoorbeeld uit het werk van het Abraham Kuyper Center in Nederland, en deze artikelen van de Amerikaanse filosoof Peter Kreeft. Mijn persoonlijke zoektocht heeft me geleid tot het nadenken over de verlangens die iedere persoon ten diepste heeft, die ik in dit filmpje uitleg.

De inzichten die de systeembiologie ons geeft over het activeren en deactiveren van genen door het organisme, zijn dus op analoge wijze van toepassing op het activeren en deactiveren van menselijke talenten vanuit de maatschappij en vanuit ons eigen mensbeeld. We kunnen hierover nadenken: hoe is mijn eigen mensbeeld en de interactie met mijn omgeving? Worden mijn talenten geactiveerd? En hoe dragen de organisaties waar ik deel van uitmaak daartoe bij? Vragen om even rustig de tijd voor te nemen…

Beeld: Wikipedia, Poolse paramilitaire politie (1946)

Over de Auteurs: Daan van Schalkwijk

Home » Opinie » De epigenetica van de vraag naar God

De epigenetica van de vraag naar God

By | Categorieën: Opinie | Gepubliceerd Op: 1 oktober 2015 | 4.6 min read |

Na het afronden van het menselijkgenoomproject is de Systeembiologie in opkomst. De Systeembiologie onderzoekt hoe de bouwstenen van het organisme samenkomen tot een dynamisch geheel. Dynamische terugkoppelingen en voorwaartskoppelingen, zoals de epigenetica, zijn hierbij van levensbelang. De nieuwe inzichten zijn op analoge wijze toepasbaar op de relatie tussen de menselijke persoon en de samenleving en op de manier waarop mensen de vraag naar God beantwoorden.

In 2003 kondigde president Clinton de voltooiing van het menselijkgenoomproject aan. Clinton benadrukte in zijn toespraak dat toen Galileo ontdekte dat hij wiskunde en mechanica kon gebruiken om het universum te beschrijven, hij de taal dacht te hebben geleerd waarmee God het universum schiep. Dankzij het menselijkgenoomproject leren we de taal kennen waarmee God het leven schiep, aldus de president.
Over deze stelling heeft Francis Collins een mooi boek geschreven. Clinton sprak ook de hoop uit dat vele complexe ziekten nu snel verleden tijd zullen zijn. Mooie woorden, maar zo ver zijn we nog niet.

Dynamische samenwerking

Na het menselijkgenoomproject rees de vraag hoe de genetische informatie gebruikt wordt om het menselijk lichaam te laten werken. Het blijkt dat genen samenwerken en dat de cel direct invloed uitoefent op de manier waarop genen worden gebruikt, door middel van een terugkoppelingsmechanisme genaamd epigenetica.

Epigenetica is een reeks biochemische signalen die aan het DNA vastzit en ervoor zorgt dat een bepaald gen wordt ‘geactiveerd’ of ‘gedeactiveerd’. Een klein voorbeeld gerelateerd aan mijn promotieonderzoek: als een levercel te weinig cholesterol heeft, wordt via een signaal naar de genen geregeld dat er meer eiwit wordt geproduceerd dat cholesterol uit het bloed opneemt. Zo zien we dat genen niet de ‘dictator’ zijn van de cel, maar eerder een ‘database’ die de cel gebruikt wanneer het nodig is (zie: The Music of Life).

Mens en samenleving

Zegt dit alles iets over de relatie tussen mens en maatschappij? Niet direct, maar wel op analoge wijze. We kunnen het genoom van de cel vergelijken met de talenten die mensen hebben. Mensen kunnen hun talenten ‘activeren’ of ‘deactiveren’, en vaak speelt het beeld dat de mens van zichzelf heeft daarbij een rol; net als de cholesterolconcentratie in de cel een invloed heeft op het (de)activeren van het genoom. En zoals de cel cholesterol uit het bloed opneemt, heeft de omgeving invloed op hoe actief menselijke talenten zijn.

Een voorbeeld van deze dynamische relatie tussen mens en maatschappij is te zien in de situatie van Polen onder het communisme. Het land was ondergedompeld in angst voor represailles en de leugen dat iedereen het eens was met het communisme. Als de persoon zich niet actief verzette, uiterlijk of tenminste innerlijk, dan werd diens talent voor dapperheid en waarheid door de maatschappij ‘gedeactiveerd’.
Spaanse filosoof Leonardo Polo merkt op in zijn Antropología de la Acción Directiva (Antropologie van het bestuurswerk) dat overal waar de maatschappij de mens een leugen over zichzelf laat geloven, die leugen “waar” wordt in het leven van mensen. Dit komt doordat bepaalde talenten ‘gedeactiveerd’ worden, en mensen zo aan een reductionistische mensvisie gaan voldoen. Mensen die exclusief gaan leven als werker, consument, of natuurwetenschapper ‘deactiveren’ hun talent om méér te zijn, door niet naar méér te streven. Zo wordt hun hele leven eigenlijk een leugen, omdat de mens wel tot méér in staat is.

Mens en maatschappij beïnvloeden elkaar ook positief. Een goede kerkgemeenschap, maar ook een goed bedrijf, geven mensen een richting, een doel en waarden mee. Tegelijk geven ze mensen ook vrijheid om zichzelf binnen die kaders te ontwikkelen; ze werken ‘activerend’. Zulke gemeenschappen hebben terug- en voorwaartskoppelingen die mensen in die ontwikkeling kunnen stimuleren en bijsturen. Hier is de maatschappij geen belemmering, maar juist een bekrachtiging van de persoon, net zoals het bloed het leven van een cel mogelijk maakt.

De vraag naar God

Heeft het activeren en deactiveren van menselijke talenten invloed op de vraag naar het bestaan van God? Ik denk het wel. Zoals ik in het korte boekje ‘Can I, a Scientific Student, Believe?’ probeer uit te leggen, heeft het geloof zowel een serieuze, intellectuele kant als een persoonlijke kant. Om tot een integer antwoord op de vraag naar Gods bestaan te komen, moet de student ‘binnengaan in het experiment’.
Het vereist een onbevooroordeelde houding van openheid naar de realiteit, die we bijvoorbeeld kunnen herkennen in Socrates, die zich nooit tevreden stelde met gedeeltelijke antwoorden. Iemand die zichzelf exclusief ziet als natuurwetenschapper en alleen natuurwetenschappelijk bewijs accepteert, ‘deactiveert’ daarmee andere talenten in zichzelf, die nodig zijn om over de vraag van Gods bestaan serieus na te denken.

Dat serieus denken over deze thematiek wel degelijk mogelijk is, blijkt bijvoorbeeld uit het werk van het Abraham Kuyper Center in Nederland, en deze artikelen van de Amerikaanse filosoof Peter Kreeft. Mijn persoonlijke zoektocht heeft me geleid tot het nadenken over de verlangens die iedere persoon ten diepste heeft, die ik in dit filmpje uitleg.

De inzichten die de systeembiologie ons geeft over het activeren en deactiveren van genen door het organisme, zijn dus op analoge wijze van toepassing op het activeren en deactiveren van menselijke talenten vanuit de maatschappij en vanuit ons eigen mensbeeld. We kunnen hierover nadenken: hoe is mijn eigen mensbeeld en de interactie met mijn omgeving? Worden mijn talenten geactiveerd? En hoe dragen de organisaties waar ik deel van uitmaak daartoe bij? Vragen om even rustig de tijd voor te nemen…

Beeld: Wikipedia, Poolse paramilitaire politie (1946)

Over de Auteurs: Daan van Schalkwijk