17 januari 2024 / 

Creationisme speelde geen rol bij vernieling dino’s Central Park

In 1871 sloegen mannen twee reconstructies van een Hadrosaurus aan stukken in de werkplaats binnen van de Britse kunstenaar Benjamin Waterhouse Hawkins in Central Park, New York. Lang is gedacht dat religieuze woede de aanleiding was voor de vernieling maar nieuw onderzoek wijst op een andere oorzaak.

De Hadrosaurus moest een plek krijgen in het museum voor Paleontologie dat New York wilde bouwen in het nieuwe park. Daarom trokken ze Hawkins aan, die beroemd was om zijn levensechte reconstructies van dinosauriërs. Waar de fossielen eerder alleen plat werden gepresenteerd, maakte hij driedimensionale reconstructies van de fossiele skeletten, en van complete dieren in ‘levensechte’ houdingen.

Ongerijmdheden

In de geschiedenisboeken staat beschreven dat de vernieling van de dinosaurus in Central Park gebeurde in opdracht van William Tweed, destijds een belangrijk politicus in New York. Volgens verhalen van paleontologen die rond 1940 verschenen was hij het niet eens met het tentoonstellen van ‘pre-Adamitische’ wezens, omdat dit tegen de Bijbel in zou gaan.

Maar toen Vicky Coules, promovendus kunstgeschiedenis aan de universiteit van Bristol (VK) over de affaire las, zag ze een aantal ongerijmdheden. Tweed was al langer bezig om de plannen voor een Paleontologisch museum te ondermijnen, omdat hij de komst van het American Museum for Natural History steunde (dat uiteindelijk inderdaad zou worden gebouwd). Maar rond 1871 was hij verstrikt geraakt in een aantal oplichtings- en witwas zaken, waarvoor hij kort daarna ook in de gevangenis kwam. Het lijkt onlogisch dat Tweed in die situatie aandacht zou hebben voor de dinosaurus-reconstructies

Wreed

Daarnaast hadden christenen in die jaren, aldus Coules, weinig problemen met de prehistorie. Pré-Adamitisch was een gebruikelijke uitdrukking voor die tijd, en in gegoede kringen was het bestuderen van prehistorische vondsten een geaccepteerde bezigheid. Coules voegt er aan toe dat het huidige jonge-aarde creationisme pas in de twintigste eeuw opkwam.

De promovendus komt ook met een andere kandidaat als opdrachtgever voor de vernieling van de dino’s: Henry Hilton, een advocaat die de hogere kringen van New York bediende, maar ook iemand met merkwaardige karaktereigenschappen. Hij was in 1870 door Tweed aangesteld in het bestuur van Central Park, en liet in die functie onder meer een bronzen beeld van Eva wit schilderen (waardoor het metaal aangetast werd) en wilde hetzelfde doen met een walvisskelet. Bovendien kon hij wreed zijn voor mensen.

Jonge aarde creationisme

Coules ontdekte dat hij bovendien de leiding had gekregen van het ‘afbouwen’ van de werkplaats van Hawkins. Het lijkt er sterk op dat deze opdracht door Hilton op nogal brute manier is uitgevoerd. Een sluitend bewijs is er niet, maar Coules stelt wel dat het onwaarschijnlijk is dat religieuze overtuigingen de reden waren voor de vernieling van de dino’s van Central Park. Dat het een actie was ingegeven door Bijbels creationisme is vermoedelijk een verhaal dat in de loop van de twintigste eeuw is ontstaan, als reactie op het jonge aarde creationisme dat toen in opkomst was.

Hawkins heeft ondertussen wel de Amerikaanse musea geïnspireerd: in het American Museum of National History kwam een grote, staande brontosaurus te staan, die liefhebbers wellicht nog kennen van zijn bijrol in de film Night at the Museum.

Bron: ScienceNews.
Illustratie: Werkplaats van Hawkins in Central Park, via Wikimedia