17 september 2021 / 

Abraham Kuyper maakte ruimte voor christelijke wetenschap

De stichter van de Vrije Universiteit, Abraham Kuyper, maakte zich sterk voor een ‘christelijke wetenschap’. Maar de feitelijke kant van de wetenschap, ook bijvoorbeeld rond evolutie, was volgens hem neutraal.

In een artikel dat eerder dit jaar verscheen in het tijdschrift Sophie van de Stichting voor Christelijke Filosofie beschrijft Ab Flipse, universiteitshistoricus van de VU, de opvattingen van Kuyper over de relatie tussen geloof en wetenschap. Een belangrijk uitgangspunt van hem was dat alle wetenschapsbeoefening werd gekleurd door wereldbeschouwing. Wat Kuyper betreft moest er daarom een christelijke wetenschap komen, die zich ook uitstrekte tot de natuurwetenschappen. Dat zou bijdragen aan de pluriformiteit van de wetenschapsbeoefening.

Schepping

Kuyper zag geen conflict tussen geloof en wetenschap, betoogt Flipse. Hij maakte een onderscheid tussen de feitelijke kant van de wetenschap, die neutraal is, en het achterliggende wereldbeeld dat uitgangspunten en interpretaties kan beïnvloeden. Hij verzette zich tegen het ‘gesloten wereldbeeld’, waarin alleen ruimte is voor natuurlijke gegevens en wetmatigheden. Het open wereldbeeld laat daarentegen toe om de kosmos te zien als een schepping van God.

In zijn befaamde rectorale rede van 1899 zette Kuyper zich sterk af tegen de evolutietheorie, die volgens hem een soort ‘nieuwe geloof, een pseudodogma’ was. Maar het ging hem daarbij vooral om de uitwerking van de theorie, die tot in het maatschappelijke en culturele leven verbreed waren. Dit toonde voor Kuyper aan dat er een christelijke natuurwetenschap nodig was.

Harmonie

Flipse betoogt dat Kuyper de evolutietheorie niet volledige afwees. Hij had kritiek op de puur mechanistische theorie die ontstaan was, maar had er geen problemen mee wanneer christelijke biologen de geconstateerde feiten uit de ‘Darwinistische school’ overnamen. In de jaren vijftig zou VU-bioloog Jan Lever, geïnspireerd door Kuyper, de evolutietheorie accepteren. Hij zag ‘het evolutieverschijnsel als onderdeel van een natuur die functioneerde in voortdurende afhankelijkheid van God’.

Flipse concludeert dat Kuyper ruimte heeft gecreëerd voor ‘een wetenschap die zich vrij kon ontwikkelen in harmonie met geloof’. Zijn aanpak is in de vruchtbaar gebleken voor reflectie op geloof en wetenschap vanuit verschillende perspectieven.

Bron: Abraham Kuyper over geloof en wetenschap, Ab Flipse, Sophie 2021

Beeld: Portret van Abraham Kuyper (1908) van H.J. Haverman, gemaakt in opdracht van de Vrije Universiteit Amsterdam. Credit: HDC/VU